35
years
v2_
 

Aanslag en absentie

Dutch version of the essay by Wim Nijenhuis for "Technomorphica" 1997.

"It wasn't me" – Lou Reed

De aanslag is gekant tegen de veiligheid van de staat en het leven en de eer van een rechtspersoon. Aanslagen kennen hun verantwoordelijken. Altijd wordt er gezocht naar een dader. Alleen wanneer er sprake is van de vrije beschikking over het eigen handelen en een adequaat bewustzijn van de context daarvan, kan men verantwoordelijk zijn. Deze gedachte voedt ons rechtssysteem, dat zich gretig manifesteert in de confrontatie met het verantwoordelijke individu.

Als de dader absent is, wanneer er geen subjectief centrum van een plan of een strategie is, dan spreekt men van een ongeval. Een ongeval is een soort perfecte misdaad, want door de afwezigheid van de dader is het geen daad in de juridische zin van het woord: denk aan de grensoverschrijdende radio-actieve wolk van Tsjernobyl.

Iedere daad is uniek. Zij is de uitoefening van een kracht, die gesitueerd is in plaats en tijd. Met de telecommunicatie in real-time echter wordt de eenheid van plaats verveelvoudigd. De telepresentie, die een handeling op afstand mogelijk zal maken door middel van een robot, of opereert door middel van een beïnvloedende verschijning op afstand, zoals het geval is met de videoconferentie, zal de mogelijkheid om de plaats van de aanslag vast te stellen in het gedrang brengen. De dader is namelijk altijd 'elders', het alibi is bij voorbaat voorhanden. Tijdens een van de versies van de installatie 'Telematic Dreaming' van Paul Sermon 1 bevindt de danseres/filosofe Suzan Kozel zich in een aangrenzend vertrek op een bed, dat omringd is door camera's en monitors. De eigenlijke installatie bestaat uit de projectie van haar lichaam op een bed in de tentoonstellingsruimte. Belangstellenden worden uitgenodigd zich naast het tweede lichaam te vlijen, waarna een min of meer theatrale gestiek van de liefde plaats kan vinden. Kozel doet verslag van haar ervaringen: na enige tijd slaagde zij erin op te gaan in de handeling door haar geest bij haar tweede lichaam aanwezig te laten zijn. Op het moment echter dat het kwam tot gewelddaden van de partner, trok zij haar vloeiende ik ijlings terug in haar eerste lichaam. Zij continueerde de enscenering als ooggetuige. Tegenwoordig oefenen de bemanningen van tanks en duikboten in simulators, waarbij het realiteitsgehalte van het gevecht zo hoog mogelijk wordt opgevoerd. Het is te voorzien dat deze simulaties aan de werkelijkheid gekoppeld zullen worden, waardoor de bemanningen kunnen worden ingezet zonder dat ze beseffen dat het echt is.

1. 'Telematic Dreaming' (1992) is een project van Paul Sermon, waarbij het publiek te maken krijgt met twee belangrijke aspecten van telecommunicatie, namelijk fysieke aanwezigheid en tele-presentie.

Telepresentie manipuleert tegelijkertijd de plaats van de waarnemer en de status van de handelende persoon. In haar uiterste consequentie leidt ze tot de hyperzichtbaarheid van de wereld en de afwezigheid van de actor/getuige, zoals door Kubrick gedemonstreerd is in zijn film Dr. Strangelove. Deze halfslachtige absenties zijn gerelateerd aan kenmerken van de tijd. Als de omgeving werkelijk is, dan verkeert de persoon in de chronologische en de extensieve tijd van de handeling en het sociale. In de droomtoestand van de 'ooggetuige', waarvan ons een beeld is gegeven door Wim Wenders' engelen in 'Der Himmel über Berlin', als er sprake is van een variant van de dood, dan krijgen we te maken met een ontwerkelijkte omgeving en een intensieve tijd. Ontwerkelijkte omgeving en intensieve tijd zijn de karakteristieken van alle communicaties en afstandsoverbruggingen in real-time, zij begeleiden het vertrek uit de wereld. De cyberspace sekte Heaven's Gate woonde in een geïsoleerde, ommuurde luxe woonwijk in Santa Fé, waar de bewoners elkaar niet zagen en hoorden en elkaar dus ook niet kenden. De enige reden om collectief zelfmoord te plegen en zo de aarde te verlaten, was dat zij ervan droomden eeuwige getuigen te zijn van de ondergang van de wereld.

De eerste vraag van de tele-presente zal niet zozeer zijn: Wie ben ik?, maar Waar ben ik?, zoals de eerste vraag bij de kennismaking in een teleconferentie luidt: Waar ben je? Door de interactiviteit wordt de plaats relatief. Door de schakelmogelijkheid verkeert men in provisorische omgevingen. Net als het deeltje van Heisenberg zal het tele-handelende wezen onzeker zijn over zijn plaats in de ruimte. Zeker is alleen de real-time connectie.

Tele-presentie zal ons verlossen van de verantwoordelijkheid. Altijd kunnen we ons beroepen op onze absentie. De afname van de aanwezigheid zal leiden tot de toename van de sociale moed. De schuchterheid heeft de toekomst, want de schroom om zich te vertonen wordt overbodig gemaakt door de werking van de apparatuur. De onwerkelijke omgeving correspondeert zo met een nieuwe vorm van de dood: niet meer de lange slaap, de bewusteloosheid en de onbeweeglijkheid, maar de ontvouwing van een kracht op de spits van de menselijke onmacht. Waar de macht van het menselijke involueert tot haar nulpunt, wordt ruim baan gemaakt voor het geweld.

Om te kunnen overleven, maken we onderscheid tussen de directe omgeving en de voorstellingen die we ons daarvan maken. Een graad complexer is de vaardigheid om wat wij voor werkelijk en waar houden te onderscheiden van hoe een ander dat ziet. Dankzij dit tweede vermogen kunnen we de wereld zien met de ogen van de ander en kunnen wij daarnaar ook handelen. We worden dan niet aangestuurd door een werkelijkheid, maar door het realiteitseffect van de overgedragen voorstelling. Deze 'natuurlijke' communicatie speelt zich af binnen een roepafstand en een gezichtskring, die het voorstellingsvermogen inbedden in een sociale context. Met de elektronische media ontstaat er echter een onpeilbare afstand, waardoor een belangrijke voorwaarde voor de 'natuurlijke' communicatie geëlimineerd wordt. Voor geïsoleerde individuen en gemeenschappen wordt het mogelijk om dromen op te vatten als werkelijkheid. In het voetspoor daarvan verzorgt het gemediatiseerde informatiecomplex ons met synthetische illusies, die in hun kielzog een wanhopig toerisme meeslepen. Half gekleed en zonder bagage landden de haveloze Albanezen op de vijandige kust van de Mezzogiorno, een van de achterlijkste regio's van de Europese Gemeenschap. Een van hen gaf de volgende reden op voor zijn migratie. Op de Italiaanse televisie had hij gezien hoe een poes melk kreeg van een zilveren schoteltje. "Als ze daar zo omgaan met hun dieren, hoe zalig moet het dan wel niet voor de mensen zijn?" Het antwoord werd gegeven door de toenmalige president van Italië, Andreotti: "Italië is niet in staat om de vele duizenden Albanezen die haar kusten belagen, op te nemen." Het merendeel van de 'toeristen' werd overgebracht naar het Stadio della Vittoria, waar hun verteld werd, dat ze van daaruit naar het beloofde land, de Verenigde Staten, getransporteerd zouden worden. Vol blijdschap stapten ze in het vliegtuig, dat hen linea recta terugvloog naar Albanië. In 1997, nadat de Albanese instroom het land in een politieke crisis heeft gebracht, biedt de Italiaanse premier Prodi aan de context te herstellen: "We gaan naar Albanië, om de Albanezen de concrete steun te bieden die ze nodig hebben om voor zichzelf een normaal leven in hun land te kunnen leiden."

Met de opkomst van de biologische wetenschap in de achttiende eeuw werd de klassieke wereld van de representaties en de taxonomische ordeningen verlaten. Geoffroy Saint-Hilaire: "De lichaamsbouw wordt tot een abstract wezen, dat allerhande vormen aannemen kan." 2

2. Geciteerd door Th. Cahn, 'La Vie et l'oeuvre d'E Geoffroy Saint Hilaire', Parijs, 1962, p. 138.

De bioloog Cuvier onderwierp de plaatsing van het orgaan aan de soevereiniteit van de functie: de aandacht moet "eer op de functies zelf, dan op de organen worden toegespitst." 3

3. G. Cuvier, 'Leçons d'anatomie comparée', Baudouin, Parijs, 1799, d.I p. 63.

Door het primaat van de functie ontstaan nieuwe verhoudingen, namelijk die van de coëxistentie, de interne hiërarchie en van de afhankelijkheid van het 'organisatieproject'. Deze principes golden in eerste instantie voor de dierlijke en de menselijke organismen, maar werden al spoedig overgedragen op andere vormen van 'organisatie', zoals de fabriek en het verkeer. De formele eenheid van het menselijke lichaam ging teloor ten gunste van een opdeling in nuttige en onnuttige vermogens. De hernieuwde samenstellingen van machines en menselijke delen die daaruit voortkwamen, kunnen we omschrijven als transhumane assemblages van nuttige organen en machinedelen, die gezamenlijk een nieuwe (betere) functie verzorgen. De infra-structuur van het gedrag werd vervolgens bij het georganiseerde geheel gelegd met als consequentie de metempsychose, de overheveling van de ziel. Een voorlichtingsfilm over het Fordisme in de naoorlogse jaren toont arbeiders en robots, die om en om opgesteld staan aan de lopende band, waarbij de biologische arbeiders samen met de robots en nauwelijks daarvan te onderscheiden een perfect geritmeerde cadans maken, een 'arbeidsdans', een 'biotakt', zoals we ook de viertakt en de tweetakt van motoren kennen.

In het geval van het verkeer bevindt de ziel zich ergens tussen de bestuurder en de talloze 'functies' die de weg omringen, zoals het verkeersbord, het verkeerslicht, de autoradio, de verkeerspolitie, de automatische apparatuur voor de snelheidscontrole en de helikopters in de lucht. Net als in de Fordfabrieken het lichaam van de arbeider, wordt ook de bestuurder een functie, decoderingsmachine van de tekens en stuureenheid van het voertuig. Een functie, die afhankelijk is van het 'organisatieproject' en waarop onophoudelijk 'krachten' worden uitgeoefend.

Een decennium geleden reed ik met mijn pas verworven Peugeot 504 (motorinhoud twee liter, topsnelheid 180 km per uur), die mijn Saab 96 (tweetakt, topsnelheid 110 km per uur) net vervangen had, over een kaarsrechte en behoorlijk gedimensioneerde invalsweg van Delft. Ik had mijn vertrouwen volledig gezet op de bewakingskracht van het wegsysteem en op mijn subliminale vermogen om de tekens daarvan op te vangen en daarop ook automatisch en adequaat te reageren. Maar kennelijk was mijn zenuwgestel nog in de ban van de fantoomwerking van mijn trouwe Saab, waarmee ik toch altijd weer een 30000 km door Europa gecrosst had. Kortom, ik reed te hard. Verleid door de weidsheid van de weg, de rechtheid van het tracé, de afwezigheid van overig verkeer en het subliminale comfort van de Peugeot verkeerde ik in een soort dromerige absentie, waar de informatiekracht van het snelheid-beperkingsbord niet tot door kon dringen. Bekeuring! "U hebt het recht de zaak voor te laten komen." Uitvoerig heb ik aan de rechtbank geschreven dat mij deze overtreding niet aangerekend kon worden, omdat zij het logische effect was van de informatierealiteit van de weg. Naar mijn mening suggereerden de ontworpen dimensies daarvan dat ik nog buiten de bebouwde kom, op een landelijke weg was. Naar mijn mening behoorden de ontwerper van de weg en van de verkeerssignalering voor het gerecht gedaagd te worden. Het antwoord: "U wordt gehouden de verkeerstekens te zien en te kennen en daar correct op te reageren." Mijn volgende verweer: "Als ik altijd loop te speuren naar min of meer verborgen verkeerstekens, ben ik niet in staat te letten op het overige verkeer en om een blik te werpen op de snelheidsmeter." Het antwoord: "U wordt gehouden de verkeerstekens te zien en te kennen en daar correct op te reageren." Einde discussie. Conclusie: het recht individualiseert, waar het organisatieproject er van alle kanten op aandringt de verantwoordelijkheid te laten schieten.

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in