35
years
v2_
 

Engelen in de hel - Benjamin in cyber

Dutch version of essay by Stefaan Decostere for "TechnoMorphica," 1997.

Net als de Barokdichters in de zeventiende eeuw zien cybers in vluchtige technologie een allegorie voor de menselijke geschiedenis, waarin deze niet wordt opgevat als een reeks van gebeurtenissen, maar als dood, verwoesting, catastrofe. Door deze opstelling wordt de allegorie meer dan een instrument van de esthetiek.

Voor hen is de wereld al dood, en oneindig hopeloos. In de technologische wereld van de virtual reality wordt politieke actie beschouwd als niet meer dan willekeurige intrige. Alle hoop is gevestigd op een hiernamaals dat is ontdaan van alles wat des werelds is.

De cyber-allegorie poogt een gedevalueerde natuur te behouden door diezelfde gedevalueerde betekenis om te zetten in het teken van haar tegendeel. De allegorie wordt hier opzettelijk gebruikt om iets te vernietigen. Dit draagt gewelddadige sporen van "Het Kwaad als zodanig", dat echter alleen in de allegorie bestaat. In feite betekent het juist het niet-bestaan van hetgeen zij representeert. Allegorieën zijn de absolute slechtheid, zoals we die zien bij tirannen en intriganten. Ze zijn niet echt.

Hier verdwijnt "Het Kwaad", maar tegen een hoge prijs. De allegorie verliest alles wat haar het meest eigen was. De gehele objectieve wereld wordt als "verloren" "opzij geveegd", en het subject wordt uitgenodigd om z'n eigen kloon te worden: een mens, verloren of posthumaan, een cyber.

Mijn kritiek op het cyberisme is dat het idealistisch is. Ik hecht eraan dat waarheidsclaims gekoppeld zijn aan de materiële wereld. Wat moeten we aan met een bestaan, zoals dat wordt gepromoot door de meeste cyber-tijdschriften, dat een eind aan ons bestaan wil maken?

Hier sluit ik weer aan bij Benjamin, en bij Baudelaire, de "dichter van de allegorie" van de negentiende eeuw. Beiden hielden zich bezig met het pre-moderne christelijke probleem van de zonde en het kwaad, zoals die waren uitgedrukt in allegorische vormen die al sinds de Barok literair uit de mode waren. Vandaag de dag houden veel vertolkers zich voornamelijk bezig met een algemene terugkeer tot pre-moderne, ethisch-religieuze thema's. Die trend wil ik wel onderkennen, maar tegelijkertijd wil ik hem in een kritisch perspectief plaatsen.

De allegorie van de Barok was een manier van waarnemen die kenmerkend was voor een tijd van maatschappelijke ontwrichting en langdurige oorlogen, waarin de historische ervaring bestond uit menselijk lijden en materiële verwoesting. Vandaar dat de allegorie in onze tijd weerkeert in reactie op de verschrikkelijke verwoestingen door oorlog en de voortgaande vernietiging van het menselijke door de virtualisten.

In de 17e eeuw kwam de degradatie van de natuur voort uit de confrontatie van het christendom met de heidense oudheid. In de negentiende eeuw kwam de degradatie van de "nieuwe" natuur voort uit de productie zelf. Tegenwoordig is de devaluatie van de wereld der levenden in haar tegendeel verkeerd door een technologische belofte van totale vernieuwing en zelfs definitieve vervanging.

In de negentiende eeuw werden producten abstracties. Vandaag is het het leven zelf dat wordt beschouwd als iets totaal irrelevants.

Al heel lang is het product niet meer iets wat door mensen wordt beheerst. Nu zijn wij zelf gereed om op te houden mens te zijn, teneinde beter te kunnen functioneren in de cyber-wereld. Vroeger hadden producten een prijs. Nu is het Net praktisch gratis, en betalen wij met onszelf. Er wordt niet meer alleen met sociale waarde betaald, maar met menselijke waarde.

Cyberia produceert enorme hoeveelheden allegorische vormen van het virtuele morgen. Zo drukt het uit wat de technologische wereld wil worden, zelfs al heeft het geen benul van de objectieve oorsprong van z'n allegorische status. De ons overal omringende aanwezigheid van deze cyber wensbeelden, die anderszins zo welig lijken te tieren, veronderstelt de gruwelijke verschijning van een woestijn waarin alleen vampieren wonen: de levende doden zijn onder ons.

Deze beelden-vampieren staan nog ver van de huidige gebruikers van het Net, de fysieke bewoners van het virtuele morgenland.

Er heerst een interessante spanning tussen reclame en allegorische beelden. Met reclame wordt een nieuwe ambiance en energie aan het product toegevoegd. Daarentegen verwijst de bedoeling van zinnebeelden of allegorieën naar het verleden, zelfs in SF-films uit het tijdvak van de Koude Oorlog. Reclamebeelden proberen nog steeds om producten te vermenselijken, terwijl allegorieën de komst van de nieuwe non-mensen bezingen, van de levende doden van de toekomst.

En daarmee zijn we weer bij de Hel, en wel bij de barokke visie van de Hel: een schuldige, desolate natuur die niet langer haar betekenis aan zichzelf kan ontlenen, die in een afgrond is gestort van willekeurige, vluchtige betekenissen, achtervolgd door een allegorische intentie die in haar zucht naar kennis van zinnebeeld naar zinnebeeld tuimelt, de bodemloze diepten in.

Dit beïnvloedt zelfs de persoonlijke verschijning van alle Cyberieten: ze worden hun eigen impresario en spelen de rol van techno-held voor een samenleving die al geen echte helden meer nodig heeft.

Om Benjamin te parafraseren: het Cyber-Theater is het binnenhof van de allegorie: de materiële wereld, dermate misvormd door de allegorie dat er nog slechts fragmenten overblijven als het onderwerp van haar overpeinzing.

De computer wensbeelden van Cyberia zijn letterlijk "nature-morte": de allegorische intentie heeft haar werk gedaan bij haar martelaars: post-wezens die hun zelfvernietiging bezingen, en die de leegte van hun innerlijk bestaan vertalen in houdingen.

Het eerste gedeelte van deze tekst is grotendeels een bewerking van een tekst van Susan Buck-Morss in The Dialectics of Seeing (Walter Benjamin and the Arcades Project), met name van het hoofdstuk waarin zij Benjamins Trauerspiel study: Historical Nature: Ruin becommentarieert.

Er zijn de oude media en de nieuwe media. Ergens tussenin spiegelen ze elkaar, in een ruimte, vreemd en spectraal, zo niet virtueel, dan zeker actief imaginair. Daar ontstaan nogal wat ongewenste reflecties, ware spiegelcorridors waarin fantasmagorische beeldvorming van aloude angst en verlangen zichtbaar wordt. Op deze momenten laten de oude media zich soms kennen als de dragers en de emblemen van een recent verleden, dat hiermee kost wat kost in stand wordt gehouden. Walter Benjamin herinnerde ons aan gelijkaardige daden van weerwraak van het verleden. Komt de angst voor technologie bijgevolg niet voort uit dergelijk verkeerd vergrijp? En moet het genezen hiervan niet gezocht worden in een ontmaskeren en een neutraliseren van de oude media? Engelen van de media, oud en nieuw, verenigt u.

 

ZIJN OF NIET ZIJN VAN EEN ENGEL

Pratend met Johan Pijnappel, van op afstand.

Denken over technologie, en dan nog "healing & technology", is een denken in twee bewegingen tegelijk. De ene, oorzakelijk, betreft het technologisch effect op ons bestaan: het is een soort vooruitkijken, teleologisch (nieuwe tijd: profetieën) en eindigt met de vraag hoe ver we kunnen gaan. Dit is het standpunt van de engel, maar zoals Virilio zegt, er is een dunne lijn tussen het engel-zijn en helemaal niet meer zijn. De tweede is een omgekeerd prospectief. Hier rijst de vraag hoe we leven na de grote verandering, nadat het effect heeft plaatsgegrepen. Dit is het standpunt van de "levende dode".

Daar ergens ligt de reden van de actualiteit van Benjamin (niettegenstaande dat het moderne er nu totaal anders uitziet dan in zijn tijd). Benjamin heeft niet toevallig een beeld uitgewerkt van de reddende engel.

Het heeft vooral te maken met urgentie, met de noodwendigheid van het denken over technologie. Benjamin heeft zijn meeste boeken geschreven met de bruine adem van het fascisme in de nek.

Niet toevallig is veel angst voor technologie terug te brengen tot een angst voor totalitarisme, voor een verlies van onze vrijheid als menselijke individuen en als menselijke soort.

Televisie (hét medium van de naoorlogse generaties) dreigt opgeslokt te worden door de nieuwe media. Multimedia is de dood van televisie. Vandaag hebben we soms het gevoel dat wijzelf aan de beurt zijn. Nu dreigen wijzelf totaal geabsorbeerd te worden door de virtuele realiteit.

Het laatste wat zich verzet is het ik als oermedium, het lichaam zelf. Vandaar de centrale positie van het lichaam in het post-modernistische denken.

Vandaar misschien dat ik zelf, in mijn denken over technologie, zoveel producties heb gerealiseerd met het lichaam als centraal gegeven.

Er is Body in Ruins geweest (1987): daar ging het vooral over de ambiguïteit tussen werkelijkheid en fictie. Meer bepaald over het lichaam dat totaal doordrongen is van technologie. Centraal stond de figuur van de "cyborg": een soort geboortegeschiedenis aan de hand van wetenschappelijke demo-films en Hollywood science-fiction fragmenten. De geboorte van een engel van het kwaad. De film eindigt met een fragment van een andere aankondiging met de buik van Maria (een film van Godard, Marie); een andere geboorte: een engel van het goede. Achteraf gezien, ontdek ik hier opnieuw de Benjamins-dubbelziende engel.

Dit programma werd aangevuld met een korte sequens in 1990: Digitale Dromen. In Body in Ruins zat ook Scott Fisher die "virtual reality" voorstelde (een première op de Europese televisie denk ik). Drie jaar later was virtual reality cover-news geworden. Het ogenblik was aangebroken voor de grote parodisten: aan de ene kant de psychedelici zoals Timothy Leary en aan de andere kant de cynische mimetici zoals Arthur Kroker en Bruce Sterling. Er werd vooral gelachen. Dat is ook een vorm van genezen, maar van korte duur. Timothy Leary is ondertussen gestorven, maar net niet op het Net ? dus op de valreep is hij geen engel geworden, en Arthur Kroker begon toen zichzelf te verliezen in zijn rol van pathetische clown: een soort zelf-getranscendeerde post-modernist; een soort update, of om zijn eigen woorden gebruiken, een recombinant-engel van het kwaad.

Dan is er het programma Lessen in Bescheidenheid geweest (1995). Hier hebben we ons heel nuchter opgesteld, zo onschuldig als kleine engeltjes. Niet voor niets spreekt een klein meisje de helft van de commentaarteksten. We zijn op stap gegaan naar het mekka van de nieuwe technologie ? Silicon Valley ? en naar de toekomst-gerealiseerd: San Francisco en Las Vegas. Nu de toekomst gepasseerd is, zo vroegen we ons daar af, hoe zien we er dan uit?

En de ontnuchtering liet niet op zich wachten. In San Francisco ervaarden we de paradoxale situatie van de stad als een bestaan in twee tijden tegelijk: die van de nieuwe technologie (zoals de Golf Oorlog, een oorlog op tele-afstand) en die van de achtergebleven realiteit (zoals de Joegoslavische oorlog, even reëel). De tweede ontnuchtering beleefden we in Las Vegas. Het werd ons duidelijk dat als we willen weten hoe het leven eruit ziet in cyberspace, we niet moeten wachten op de realisatie van Neuromancer's matrix, maar gewoon naar Las Vegas moeten. "Las Vegas. Las Vegas" zucht het meisje in het commentaar, "My life for you". We speelden even met de droom van Stephen King in zijn boek The Stand, waarin de mensen die een slechte droom hebben, eindigen in Las Vegas. De gevallen engelen komen naar Las Vegas om er te genezen: ze worden er letterlijk ontlast van al het teveel dat de welvaartsstaat hen heeft opgeleverd.

Vandaar opnieuw de relevantie van dit gespreksthema: healing en technologie.

Naar Las Vegas gaan, naar een absolute technomachine temidden van het niets van de woestijn, herinnert aan een algemeen ervaren bewegingsgevoel van delocalisatie. We worden uit een verband gerukt, op weg naar ergens, of naar om het even waar.

In Las Vegas gedraag je je als een overlevende: je speelt de rol van de aardse immigrant in een real-time science-fiction drama: het is de cybercity gerealiseerd. Je bent er herleid tot een absolute user, het zwarte pijltje van de muis op de platte vlaklagen van de stad, die functioneert als computersoftware op een scherm. Alles is er "on demand". Je wordt er voortdurend geconfronteerd met de programmamakers en alle straatsignalen, iconen en publiciteitspanelen fungeren er als een 3D-user manual. Indien je je er niet gedraagt als user word je snel in het trashbakje gedeponeerd. De vergelijkingen stad-computer en mens-user versterken zich hier tot in de mega-getallen. Dit overstijgt de metafoor, maar daar hebben we het straks nog over.

In Lessen in Bescheidenheid hebben we gesuggereerd dat we met zijn allen dringend aan een nieuw mens-profiel moeten werken. Willen we gelukkig zijn in cyberspace dan moeten we dringend een kuur volgen. We citeerden toen uit enkele boeken van M. Scott Peck, zoals The Road Less Travelled: A New Psychology for Spiritual Growth en The World Waiting to Be Born. Leerboeken over de "civility reborn" met op de flap een ondersteunend praise-woordje van Al Gore, de vader van de electronic highway: "Dr. Peck gives us powerful new reasons for hope and confidence and our personal ability to change ourselves and our world". Levenshulp van de eerste klas, overal in de wereld in de airport boekhandels voorhanden. Letterlijk, voor de mensen in transit.

De idee voor een aanvulling op Lessen in Bescheidenheid was geboren: Berichten uit het Vivarium, een reeks van 6 korte programma's over het overvloedige aanbod van levenshulp en new age therapie. Genees jezelf. De titels van de afleveringen van de reeks spreken voor zichzelf: "Hoe creëer je je eigen utopie" (met de soefi-anarchist Hakim Bey, alias Peter Lamborn Wilson), "Hoe word je een beter persoon" (met de politiek filosoof Philippe van Parijs), "Hoe word je God" (met de cyber/new age publicist Kevin Kelly), "Hoe overleven" (met de marketing adviseur Olivier Badot), "Hoe ontsnap je aan afhankelijkheid" (met de psycholoog-metableticus J. H. van den Berg). De reeks werd te Amsterdam afgesloten met de installatie @holyking een soort heiligverklaring van koning Boudewijn. Achteraf gezien een knipoog naar de levenshulpboeken van de zeventiende eeuw, meer bepaald die van Balthasar Graciàn. Deze jezuïet besloot zijn opsomming van leefregels met "kortom, word een heilige". "Santo, sano et sabio": heilig, gezond en wijs.

En deze overlevingstip brengt ons opnieuw heel dicht bij het statuut van de engel.

Healing & Technology. Oftewel, word een engel. De vraag is welk soort engel. Virilio waarschuwt ons voor het engelenschap. Ook onder de engelen zijn er collaborateurs en verzetstrijders. Hij pleit voor een gevecht, hier en nu. "Hier zijn", zegt hij, "is één van de grootste filosofische vragen van de huidige tijd, want we leven in een tijd waarin de mogelijkheid van totale absorptie zeer reëel is. We ervaren immers een versnelling, weg van onze leefwereld, weg van onszelf, weg van anderen en uiteindelijk weg van de democratie". 1

1. Interview van Catherine David met Paul Virilio, "The Dark Spot", Documenta-Documents 1, 1996.

De vele tientallen technobladen en life-style publicaties daarentegen bieden een ware spiegelgalerij aan van engelenstatuten die de uiteindelijke absorptie propageren. En hier kom ik terug bij het eurofascisme en bij Benjamin. Dean MacCannel somt de vergelijkingen op: het doodsverlangen, de aanval op het waarheidsprincipe, het gevoel te leven in een oneindig nu op het ogenblik van het einde der tijden, de nostalgie voor het primitieve leven, een instrumenteel schizofreen gedrag op cultureel niveau, een gekoesterd gevoel van "ennui" afgewisseld met momenten van euforische uitbundigheid. Volgens Benjamin ziet fascisme niet de redding in het gelijk geven aan de massa, maar wel door de massa te laten zien hoe ze zich moet uitdrukken.

En vandaar opnieuw die enorme terugkeer van het lichaam. Benjamin meent dat politiek vooral berust op de controle en de presentatie van lichamen, en op de bereidwilligheid van iedereen om deze handelingen en poses na te bootsen.

Vandaag lees je dat loskomen van de werkelijkheid (en bijgevolg ook van de werkelijkheid van je eigen lichaam) uiteindelijk de virtuele werkelijkheid zal toelaten realiteit te worden, zelfs indiendit betekent dat we de werkelijkheid definitief de rug moeten keren. We horen bijgevolg bij een generatie die openlijk het einde van het mens-zijn zoals we dat kennen, propageert. Een primeur. Voor hen is de healing duidelijk een alreeds achterhaald gegeven. In afwachting van deze aangeboden "happy ending" worden de gegronde angst en onzekerheid over ons bestaan langzamerhand maar zeker getransformeerd naar de wereld van de fantasmen, visualiseringen en spiegelbeelden van onze toekomstige anderen, die wij vandaag vooralsnog ietwat verwonderd en onderzoekend aankijken, op zoek naar mogelijke punten van herkenning, afkeer, recuperatie of transcendentie.

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in