35
years
v2_
 

Metadesign (NL)

Dutch translation of an essay by Humberto Maturana for "TechnoMorphica," 1997.

Mensen versus machines?
Of machines als door mensen ontworpen instrumenten?

Het antwoord op die vragen zou jaren geleden heel duidelijk zijn geweest: mensen, uiteraard. Machines zijn door mensen ontworpen instrumenten! Tegenwoordig wordt er vaak over vooruitgang, wetenschap en technologie gesproken alsof het waarden zijn die als zodanig vereerd moeten worden. Veel mensen denken dat machines, naarmate we ze steeds complexer en intelligenter maken, weleens levend kunnen worden en ons kunnen vervangen als het natuurlijke resultaat van diezelfde aanbeden vooruitgang en uitbreiding van intelligentie. Veel mensen lijken ook de mening toegedaan dat de evolutie van aard verandert en dat technologie voor ons de leidende kracht wordt in de stroom van kosmische verandering. Ik denk daar anders over. Ik zie vooruitgang, wetenschap of technologie niet als op zichzelf staande waarden en ik denk ook niet dat de biologische of kosmische evolutie verandert. Volgens mij is de vraag waarvoor wij ons als mensen gesteld zien, die van wat we willen dat er met ons gebeurt en niet die van kennis of vooruitgang. De vraag die we onder ogen moeten zien, is niet hoe biologie en technologie zich verhouden, of kunst en technologie, of kennis en werkelijkheid en de vraag is ook niet of metadesign nu wel of niet onze hersenen vormt. Volgens mij gaat de vraag die we op dit punt in de geschiedenis onder ogen moeten zien, over onze verlangens en of we daarvoor de verantwoordelijkheid willen nemen of niet.


LEVENDE SYSTEMEN

Levende systemen zijn structureel bepaalde systemen, dat wil zeggen dat alles wat er in en met die systemen op elk gegeven moment gebeurt, afhangt van hun structuur (namelijk hoe ze op dat moment gemaakt zijn). Structureel bepaalde systemen zitten zo in elkaar dat elke kracht die van buitenaf op hen inwerkt alleen maar structurele veranderingen veroorzaakt die al in die systemen vastliggen. Uit het begrip structuur-determinisme spreken de regelmatigheden en verbanden van ons leven, omdat we ons leven verklaren door de regelmatigheden en verbanden van ons leven, en niet door een of ander transcendentaal aspect van een onafhankelijke werkelijkheid.

In zekere zin zijn levende systemen machines. Maar dan een bijzonder soort machines: het zijn moleculaire machines die werken als gesloten netwerken van moleculaire productie, in die zin dat de moleculen die ze in hun interactie produceren hetzelfde moleculaire netwerk voortbrengen als waaruit ze zelf voortkwamen, en dat daarmee altijd bepalend is voor de uitbreiding. In een eerdere publicatie met Francisco Varela 1 heb ik deze systemen 'autopoiëtisch' genoemd. Levende systemen zijn moleculaire autopoiëtische systemen. Omdat ze moleculair zijn, staan levende systemen open voor materie- en energiestromen. Omdat ze autopoiëtisch zijn, zijn levende systemen gesloten wat betreft de dynamiek van hun toestand, in die zin dat ze alleen leven omdat alle veranderingen in hun structuur hun autopoiesis bestendigen. Met andere woorden: een levend systeem sterft wanneer z'n autopoiesis niet langer wordt bestendigd door de veranderingen in z'n structuur.

1. Humberto R. Maturana and Francisco J. Varela, 'The Tree of Knowledge. The Biological Roots of Human Understanding', Shambhala, Boston & London, 1987 (vert. 'De boom der kennis. Hoe wij de wereld door onze eigen waarneming creëren', Contact, 1989).

De algemene voorwaarde voor structureel bepaalde systemen is zowel de bestendiging van de functionele congruentie tussen zo'n structureel bepaald systeem en het medium waarin dit bestaat in recursieve interacties, als de bestendiging van de identiteit van het systeem (de bepalende organisatie). Dit vormt zowel de twee voorwaarden voor het spontaan ontstaan en spontaan bestendigen van een structureel bepaalde systeem, als het systemisch resultaat van z'n feitelijk bestaan in recursieve interacties in het medium door het bestendigen van z'n bepalende organisatie.

Lichamelijkheid, daar waar de autopoiesis van het levende systeem feitelijk plaatsvindt, is een bestaansvoorwaarde voor het levende systeem, maar de manier waarop het zich vestigt en voortdurend verwerkelijkt, wordt op zich weer voortdurend beïnvloed door de levensstroom van het levende systeem in het domein waarin het als geheel functioneert. Het is, bij voorbeeld, het functionele domein waar een olifant als olifant bestaat en het functionele domein waar wij mensen als mensen bestaan. Daarom zijn lichamelijkheid en de manier van functioneren als een geheel op dynamische wijze intrinsiek vervlochten; het een is niet mogelijk zonder het ander, en beide beïnvloeden elkaar in de levensstroom. Het lichaam voegt zich naar de manier waarop het levende systeem (het organisme) als geheel functioneert, en dat is op zijn beurt weer afhankelijk van de manier waarop de lichamelijkheid functioneert.

Toen mens-zijn begon met het bestendigen, generatie na generatie, van leven in taal als het basiskenmerk van onze afstamming, werd in feite een aanvang gemaakt met het door de generaties heen bestendigen van leven in gesprekken. Wij mensen leven in gesprekken, en alles wat we als mensen doen, doen we in gesprekken als netwerken van overeengekomen vervlechtingen van emoties en coördinaties van overeengekomen gedragingen. Zo gezien, is een cultuur een gesloten netwerk van gesprekken die zowel geleerd als bestendigd worden door de kinderen die erin leven. Zo ontstaat ook de wereld omdat wij die als mensen (be)leven in gesprekken. Zo wordt de configuratie van gesprekken die in ons leven wordt bestendigd voortaan de wereld of een van de werelden waarin we leven. Dat is wat er is gebeurd en nog steeds gebeurt in de loop van onze geschiedenis. Sterker nog, we leven in de bestendiging van elke wereld die we (be)leven, alsof die het fundament van ons bestaan vormt en we doen dat binnen een gespreksdynamiek die ertoe leidt dat elke verandering in ons begint bij de bestendigde manier van leven die in de bestendigde wereld besloten ligt.

Onze cultuur vormt het medium waarin we als menselijke wezens worden verwerkelijkt en onze lichamelijkheid verandert in de loop van de geschiedenis van onze cultuur onder invloed van de menselijke identiteit die ontstaat en bestendigd wordt in die cultuur. Maar, als menselijke wezens die in gesprekken leven, zijn we ook nadenkende wezens die zich bewust kunnen worden van hun manier van leven en van het soort mensen die ze worden. En als we tot dat besef komen, kunnen we ook de richting van ons leven bepalen aan de hand van onze esthetische voorkeuren, en leven op een manier die aansluit bij de menselijke identiteit die we willen bestendigen. Onze menselijke identiteit wordt dus zowel bepaald als bestendigd in een systemische dynamiek die wordt bepaald door het netwerk van gesprekken van de cultuur die we (be)leven. Dus zijn we Homo Sapiens Sapiens, Homo Sapiens Amans, Homo Sapiens Agressans of Homo Sapiens Arrogans, al naar gelang de cultuur die we (be)leven en bestendigen door te leven. Maar evengoed is het mogelijk om niet langer een bepaald soort menselijk wezen te zijn, als we van cultuur veranderen, afhankelijk van de configuratie van emoties waaraan de cultuur die we (be)leven haar specifieke aard ontleent. Emoties zijn een type relationeel gedrag. Als zodanig worden onze handelingen voortdurend door emoties geleid, omdat ze het relationele domein specificeren waarbinnen we op ieder gegeven moment functioneren en omdat ze al onze handelingen als zodanig bepalen. Onze menselijke identiteit wordt gedefinieerd door de configuratie van gevoelsbeleving die we als Homo Sapiens (be)leven, niet door ons rationele gedrag of door het feit dat we een of andere technologie gebruiken. Rationeel gedrag begon voor onze voorouders ooit als een facet van het leven in taal, toen ze gebruik gingen maken van abstracties van de verbanden in hun dagelijks leven als 'talige' wezens. Maar toen al, en nu nog, waren het de emoties die het domein van rationeel gedrag bepaalden waarbinnen zij functioneerden. Zij beseften dit destijds niet, maar wij weten nu dat ieder rationeel domein gebaseerd is op basale aannames die a priori worden aangenomen ? namelijk op emotionele gronden ? en dat onze emoties het rationele domein bepalen waarbinnen wij als rationele wezens functioneren. Zo maken we ook gebruik van verschillende technologieën als verschillende domeinen van functionele verbanden, afhankelijk van wat we willen bereiken, afhankelijk van wat onze voorkeuren en verlangens zijn. Het zijn dus onze emoties die ons technologisch leven leiden, niet de technologie zelf, ook al spreken we over technologie alsof die onze handelingen bepaalt ongeacht onze verlangens. Ik stel dat we dit kunnen aflezen uit de technologische geschiedenis van onze voorouders. Ik beweer dat we kunnen zien dat onze voorouders duizenden jaren lang verschillende technologieën hebben gebruikt en dat de technologische veranderingen die ze aanbrachten, gerelateerd waren aan veranderingen in hun verlangens, smaak of esthetische voorkeuren, ongeacht hoe dit hun manier van leven naderhand beïnvloedde.


ORGANISMEN EN ROBOTS

Zowel het levende systeem (organisme) als natuurlijke eenheid, als de robot als product van menselijk ontwerp zijn structureel bepaalde systemen die dynamisch en functioneel samenhangen met een structureel bepaalde medium of omstandigheid waarin ze als zodanig bestaan. Het verschil tussen beide zit in de manier waarop hun respectieve functionele verbanden met hun omstandigheid zijn voortgekomen uit hun ontstaansgeschiedenis. De robot is ontstaan vanuit ontwerp. Een kunstenaar of technicus maakt een ontwerp door een verzameling elementen en de relaties daartussen zodanig vast te stellen dat er een dynamisch geheel ontstaat in een dynamische congruentie met een medium dat als zodanig ook ad hoc is ontworpen. Dus zijn de robot, het medium of de omstandigheid waarin deze functioneert en de dynamische congruentie tussen beide het gevolg van een nagestreefd ontwerp binnen wat we een a-historisch proces kunnen noemen. Robots zijn daarom dan ook a-historische grootheden. Echter, aangezien ze het product zijn van een poging om een toekomstig functioneel resultaat te behalen, bestaan ze in een historisch domein.

Levende systemen zijn op heel andere wijze ontstaan. Alle levende systemen die nu op de aarde voorkomen, zijn de huidige manifestatie van een nog steeds voortgaande geschiedenis van productie van afstammingen van levende systemen door middel van de bestendiging door voortplanting van zowel het leven als van variaties in de manier waarop het leven verwerkelijkt wordt. Dit historische proces wordt gewoonlijk aangeduid met biologische of fylogenetische evolutie. Tijdens deze geschiedenis veranderen de levende systemen en de omstandigheden waarin zij leven samen, op congruente wijze, waardoor ze altijd spontaan in dynamische congruentie verkeren met het medium in de verwerkelijking van hun leven. Levende systemen zijn historische systemen. Maar aangezien levende systemen ook bestaan in een levensstroom van omstandigheden die congruent met hen veranderen, bestaan ze dus buiten de tijd in een voortdurend veranderend heden.

Levende systemen verschillen van robots door hun historisch karakter, niet omdat ze moleculaire autopoiëtische systemen zijn. Robots zijn a-historisch van oorsprong: daarom verschillen ze fundamenteel van levende systemen, en niet alleen omdat ze niet autopoiëtisch zijn. Tegelijkertijd zijn levende systemen moleculaire systemen en daardoor net zo manipuleerbaar als andere moleculaire systemen, zolang de functionele verbanden van hun grondslag als zodanig geëerbiedigd worden.


TECHNOLOGIE EN REALITEIT

Technologie is functie, afhankelijk van de structurele verbanden van de verschillende domeinen van activiteit waarin we als mens kunnen deelnemen. Als zodanig kan technologie geleefd worden als een middel van effectieve, doelgerichte actie, of als een waarde die een manier van leven legitimeert of stuurt waarin alles ondergeschikt is gemaakt aan het genot dat dit leven oplevert. Als technologie zo geleefd wordt, wordt het een verslaving die door de verslaafden verdedigd wordt met rationele argumenten die ze baseren op de historische realiteit dat technologie in de moderne tijd zo wijd verbreid is.

Opgevat als instrument van effectieve actie heeft technologie geleid tot een steeds verdergaande uitbreiding van onze functionele vaardigheden in alle domeinen waar kennis en begrip van de structurele verbanden aanwezig zijn. Biotechnologie is een voorbeeld van een domein waar deze uitbreiding recursieve gevolgen heeft gehad. De uitbreiding van de biotechnologie heeft geleid tot een uitbreiding van de kennis van levende systemen als structureel bepaalde systemen, en vice versa. Het heeft echter niet geleid tot een uitbreiding van ons begrip van levende systemen als systemen, en ook niet tot een uitbreiding van ons begrip van onszelf als mensen. Integendeel. De uitbreiding van de biotechnologie, vermengd met een expliciet of impliciet geloof in reductionistische genetische determinatie, alsmede het ons alom omringende marktdenken dat alle dimensies van ons psychisch bestaan doordrenkt, hebben ons het zicht ontnomen op onszelf als levende wezens met een systemische identiteit die het ene of het andere wezen kunnen worden, afhankelijk van de manier waarop we leven. In die omstandigheden worden wij moderne mensen door twee doordringende culturele grondgedachten beheerst: dat de markt alles rechtvaardigt, en dat vooruitgang een waarde is die het menselijk bestaan overstijgt. Dit blijkt uit het feit dat praktisch alles wat wij moderne mensen doen, gebeurt in relatie tot marktwaarden en dat we praten en handelen alsof we voortgedreven worden door een vooruitgangstrend waaraan we ons moeten onderwerpen.

Zo wordt er tegenwoordig veel werk verricht en research gedaan op het terrein van het ontwerpen van antropomorfische machines, waarbij vaak wordt beweerd dat wij ons als mensen moeten aanpassen aan een tijd waarin de evolutie een technologisch-wetenschappelijke fase ingaat. De evolutie wordt daarbij beschouwd als een proces dat ons zou voortdrijven alsof we er geen weet van hadden. Betekent dit nu dat we ons moeten overgeven aan een kosmische kracht waarin wij niets betekenen en zullen verdwijnen? Wat zijn wij?

Natuurlijk bestaan we als structureel bepaalde systemen in onze structuur-dynamiek. En als zodanig verkeren we natuurlijk in voortdurende structurele verandering en kan onze structuur opzettelijk worden gemanipuleerd om een beoogde doelstelling in ons leven te bereiken. In die zin zijn we machines, moleculaire machines. Maar ons bestaan als mens, onze menselijke identiteit, voltrekt zich niet in onze structuur.

De biologische evolutie gaat geen nieuwe fase in met de groei van technologie en wetenschap. De evolutie van de mens volgt een koers die steeds meer wordt bepaald door de keuzen die wij maken met betrekking tot de genoegens en angsten die we beleven, als we ons verheugen over of walgen van hetgeen we produceren met wetenschap en technologie. Daarom staat de vraag wat we willen centraal, niet de vraag naar technologie of realiteit.

Aangezien we structureel bepaalde systemen zijn, staan we open voor structurele manipulatie die rekening houdt met de structurele verbanden die eigen zijn aan het structurele domein waarin de manipulatie plaatsvindt. Meer algemeen en scherper geformuleerd en tegelijk afschrikwekkender: alles wat wij willen maken, kan worden uitgevoerd, zolang het ontwerp rekening houdt met de structurele verbanden van het domein waarin het plaatsvindt.

Ons idee van de werkelijkheid verandert, maar niet hoe we leven in relatie tot die werkelijkheid. De werkelijkheid is een propositie die we gebruiken als een middel om onze ervaringen te verklaren en die we op verschillende manieren toepassen, afhankelijk van onze emoties. Daarom bestaan er verschillende opvattingen over de werkelijkheid in verschillende culturen en op verschillende momenten in de geschiedenis. Toch (be)leven we ook als grondslag van de validiteit van onze ervaring datgene wat we aanduiden met het woord 'werkelijk', als we het niet als argument aanwenden. Dat wil zeggen, we (be)leven het 'werkelijke' als de aanwezigheid van onze ervaring. Ik zag het ? Ik hoorde het ? Ik raakte het aan ? Juist daarom beweer ik dat het een fundamentele eigenschap is van ons bestaan ? als structureel bepaalde systemen ? dat we in de ervaring geen onderscheid kunnen maken tussen wat we onze 'alledaagse' waarneming noemen en illusie. Het onderscheid tussen waarneming en illusie wordt achteraf aangebracht door de ene ervaring van minder waarde te achten dan een andere ervaring die als waar wordt aangemerkt, zonder dat we weten of die ervaring later niet weer als van minder waarde zal worden aangemerkt ten opzichte van wéér een andere ervaring. Daarom worden virtuele werkelijkheden ook 'werkelijkheden' genoemd. Wat wij nu virtuele werkelijkheid noemen, is bijzonder omdat het wordt geassocieerd met moderne technologie, en ontworpen is om veel van onze zintuiglijke dimensies aan te spreken en liefst alle. Onder deze omstandigheden zijn wat we 'werkelijk' noemen (datgene waartegenover virtuele werkelijkheid virtueel is) die ervaringen die we gebruiken als basisreferentie voor onze verklaring van andere ervaringen; deze beleven we even werkelijk in de stroom van ons leven, maar zien we als van ondergeschikte waarde.

Onze geschiedenis als mensen, die begon toen onze voorouders in gesprekken gingen leven, is er een van het recursief scheppen van nieuwe werkelijkheden die allemaal virtueel zijn, vergeleken met de primaire werkelijkheid van ons biologisch bestaan, maar die echt (niet-virtueel) worden in de stroom van ons leven. Door hun functionele binding met ons primaire biologische bestaan worden zij de grondslag voor een nieuw soort virtuele werkelijkheid. Daarom moeten we ons bezighouden met de vraag: wat willen we met ons menselijk bestaan? Welke richting willen we op met ons mens-zijn?

De werkelijkheid, wanneer die niet alleen maar dient als een middel om onze menselijke ervaring te verklaren, is datgene wat we (be)leven als de grondslag van ons bestaan. Zo bezien is de werkelijkheid geen energie, geen informatie, hoe krachtig deze begrippen ons ook lijken voor het verklaren van onze ervaringen. We verklaren onze ervaringen met onze ervaringen en met de verbanden tussen onze ervaringen. Dus verklaren we ons leven met ons leven, en in die zin zijn wij mensen de grondleggers van de basis van alles wat bestaat of kan bestaan in onze kennisdomeinen.


UITBREIDINGEN VAN DE BASIS-WERKELIJKHEID

Veranderingen in de dimensies van structurele koppelingen die plaatsvinden in de evolutionaire geschiedenis van de verschillende soorten levende systemen, hebben geleid tot evolutionaire transformaties van de domeinen van basis-werkelijkheid waarin zij voorkomen. Hetzelfde kan door ontwerpen gebeuren, bij het doelbewust gebruiken van prothetische middelen die voor een organisme nieuwe dimensies van interactiviteit mogelijk maken en daarmee nieuwe zintuiglijke domeinen scheppen. Omdat het zenuwstelsel functioneert als een gesloten netwerk van veranderende relaties van activiteiten, heeft het geen intrinsieke beperking in het kunnen omgaan met uitbreidingen van de basis-werkelijkheid van het organisme waarvan het het integrerend systeem vormt. Ook heeft het zenuwstelsel geen intrinsieke beperking in het kunnen omgaan met nieuwe zintuiglijke dimensies die zich in het leven van organismes kunnen voordoen als hun domeinen van interacties worden uitgebreid als gevolg van een onafhankelijke structurele verandering in het medium.

Als de manier van leven die de klasse-identiteit van een bepaald levend systeem definieert, wordt bestendigd door de transformatie van de basale biologische werkelijkheid waarin dit systeem bestaat, blijft het levende systeem van dezelfde soort, maar z'n specifieke kenmerken en de relationele ruimte waarin het leeft, veranderen wel. Maar als die manier van leven niet wordt bestendigd, verdwijnt dit levende systeem als een systeem van die klasse en verschijnt er een nieuw systeem in een nieuwe relationele ruimte.


MENSELIJKE LICHAMELIJKHEID

Liefde, de geest, ons bewustzijn en zelfbewustzijn, verantwoordelijkheid, autonoom denken: allemaal begrippen die centraal staan in ons bestaan als menselijke wezens. Maar die niet alleen, ook onze lichamelijkheid. De huidige menselijke lichamelijkheid is het resultaat van de geschiedenis van de transformatie van de lichamelijkheid in onze menselijke afstamming, als de uitkomst van het leven in gesprekken. Dus is het niet zomaar een lichamelijkheid. Als wij moderne mensen een robot maken die in z'n gedrag niet van ons is te onderscheiden, die blijk geeft van een geestesleven, zelfbewustzijn, emoties en autonoom rationeel denken, zou die nog steeds een robot zijn en geen mens, vanwege de geschiedenis van z'n lichamelijkheid. In de geschiedenis van de kosmos zou zo'n robot ons kunnen vervangen en wij zouden totaal kunnen verdwijnen zoals zoveel andere diersoorten ook zijn uitgestorven en dat zou dan het eind betekenen van onszelf en van het mens-zijn in de kosmos. Is dat van belang? Voor mij, aangezien ik vooruitgang en technologie niet beschouw als op zichzelf staande waarden, is dat van belang en ik wil niet dat dit gebeurt!

Het is best mogelijk dat wij ons zullen aanpassen aan de bemoeienissen met de natuurlijke processen in ons leven door de medische toepassing van orgaantransplantaties, kunstmatige organen of de kunstmatige opwekking van embryonale ontwikkelingen. Wellicht leggen we ons neer bij deze praktijken omdat het lijkt of ze onze menselijke toestand niet veranderen, omdat ze die schijnbaar bestendigen. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat ons mens-zijn juist wordt bedreigd door de commerciële psychische ruimte waarin we thans leven, en waarin we bereid zijn alles wat we doen ondergeschikt te maken aan de commercie, alsof het er niet toe doet wat er gebeurt in de stroom van de menselijke geschiedenis. In een commercieel psychisch bestaan is commerciële waarde onze eerste en belangrijkste zorg.

Maar is deze relatie tot de lichamelijkheid bij mensen essentieel voor het mens-zijn? Ik denk het wel, omdat die eigenschappen die ons maken tot de wezens die we zijn ? namelijk liefde, sociale verantwoordelijkheid, kosmisch bewustzijn, spiritualiteit, ethisch gedrag en zich uitbreidend reflectief denken ? in ons tot uitdrukking komen als dynamische eigenschappen van onze menselijke lichamelijkheid, die worden bestendigd en gecultiveerd in een relationeel menselijk bestaan dat die lichamelijkheid bestendigt. Mens-zijn is niet de uitdrukking van een of ander computerprogramma dat bepaalde manieren van functioneren voorschrijft. Het is een manier van relationeel leven waarin besloten ligt dat zij is gebaseerd op een fundamentele lichamelijkheid. Natuurlijk kunnen veel van onze organen worden vervangen door kunstorganen, maar zij kunnen alleen vervangingen zijn als ze de originele organen vervangen bij het verwerkelijken van het menselijk leven. Natuurlijk kunnen we uiteindelijk robots maken die zich weliswaar gedragen net als wij, maar hun geschiedenis zal gebonden zijn aan hun lichamelijkheid en aangezien zij als samengestelde entiteiten zullen bestaan in andere domeinen van componenten dan wij, zullen de domeinen van basis-werkelijkheid die zij voortbrengen verschillen van de onze.


OVERWEGINGEN

Technologische transformatie maakt op mij geen indruk, biologische technologie maakt op mij geen indruk, Internet maakt op mij geen indruk. Ik zeg dit niet uit arrogantie. Ongetwijfeld zal veel van wat we doen veranderen als we de verscheidene technologische opties uitvoeren die voorhanden liggen, maar onze handelingen zullen niet veranderen tenzij onze gevoelsbeleving verandert. We (be)leven een cultuur die draait om dominantie en onderwerping, wantrouwen en controle, oneerlijkheid, commercie en hebzucht, om toeëigening en wederzijdse manipulatie ? en als onze gevoelsbeleving niet verandert, zal het enige wat in ons leven verandert de manier zijn waarop we doorgaan met oorlog, hebzucht, wantrouwen, oneerlijkheid en het misbruik maken van anderen en van de natuur. In feite zullen we hetzelfde blijven. Technologie is niet de oplossing voor menselijke problemen omdat menselijke problemen behoren tot het domein van emoties, aangezien het conflicten betreft in ons relationele bestaan die ontstaan wanneer we verlangens hebben die tot tegenstrijdige handelingen leiden. Nu we de beschikking hebben over een nieuwe technologie, hetzij als gebruiker, hetzij als waarnemer, is het het soort menselijk wezen ? Homo Sapiens Amans, Homo Sapiens Agressans of Homo Sapiens Arrogans ? dat bepaalt hoe we die technologie gebruiken of wat we erin zien. Wij mensen kunnen alles doen wat binnen ons voorstellingsvermogen valt, zolang we rekening houden met de structurele verbanden van het domein waarin we functioneren. Maar we hoeven niet alles te doen wat binnen ons voorstellingsvermogen valt. We kunnen kiezen, en daar is het van belang hoe we ons gedragen als sociaal bewuste menselijke wezens.

Onze hersenen veranderen niet door technologie en wat er in feite met ons gebeurt door technologie is dat we veranderen wat we doen in onze bestendiging van de cultuur (de configuratie van gevoelsbeleving) waartoe we behoren. Tenzij onze gevoelsbeleving natuurlijk verandert doordat we nadenken over wat er met ons gebeurt door technologie of het denken erover en we een culturele verandering doormaken. In feite hoeven onze hersenen niet te veranderen om ons in staat te stellen elke willekeurige toekomstige technologische verandering te begrijpen en ermee om te gaan, zolang we maar bereid zijn van voren af te beginnen. Onze hersenen abstraheren intern configuraties van relaties van activiteiten die, indien ze gekoppeld worden aan ons functioneren in taal, ons in staat stellen om iedere situatie die we (be)leven te beschouwen als het vertrekpunt van recursieve overwegingen in een proces dat in feite openstaat voor elke graad van complexiteit. Het is hetgeen er gebeurt in onze emoties dat de richting van ons leven bepaalt en aangezien emoties een soort relationeel gedrag zijn dat zich voordoet in de relationele ruimte, is het in de bestendiging van de culturele veranderingen (als veranderingen in de configuratie van gevoelsbelevingen die generatie na generatie worden bestendigd in het leren van kinderen) dat de loop van onze biologische geschiedenis zou kunnen leiden tot veranderingen in onze hersenen.

Biotechnologie is geen nieuwe bezigheid, al kunnen we nu op dat gebied wel heel andere dingen doen dan honderd of vijftig jaar geleden. Internet, met al z'n rijkdom als netwerk, verschilt niet wezenlijk van andere systemen van interactie die het gebruik van bibliotheken of musea vergemakkelijken. Ongetwijfeld is de interconnectiviteit van Internet veel groter dan wat we honderd of vijftig jaar geleden hadden met telegraaf, radio of telefoon. Toch doen we met Internet niets meer of minder dan wat we verlangen in het domein van de mogelijkheden die het biedt en als onze verlangens niet veranderen, verandert er in feite niets omdat we ook via Internet doorgaan met het (be)leven van dezelfde configuratie van handelingen (van gevoelsbeleving) als voorheen. Natuurlijk ben ik op de hoogte van veel wat er wordt gezegd en thans gaande is in het domein van de mondialisering van de informatiestroom, maar de werkelijkheid waarin we leven bestaat niet uit informatie. Onze werkelijkheid komt steeds weer voort uit de configuratie van emoties die we (be)leven en die we bestendigen in ons leven, steeds weer. Maar als we dit weten, als we weten dat onze werkelijkheid steeds weer voortkomt uit onze gevoelsbeleving, en als we wéten dat we dat weten, zullen we in staat zijn om te handelen vanuit een besef of de werkelijkheid die we door ons leven voortbrengen ons bevalt of niet. Met andere woorden: we zullen verantwoordelijk worden voor wat we doen.

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in