35
years
v2_
 

Verstrikt in het net: van ledematenmachine tot cyborg

Dutch translation of a essay by Gerburg Treusch-Dieter for "TechnoMorphica," 1997.

Oneetbare biologie wordt sinds mei 1996 geslacht. Per maand moeten zestigduizend runderen in de rij staan om te worden verbrand, met de uitroeiing van elf miljoen stuks als einddoel. Elke vergelijking met de vernietiging in de concentratiekampen gaat mank, want daar werden zes miljoen mensen door vergassing en verbranding uit de weg geruimd. Als echter wordt gevraagd hoe de vernietiging plaatsvindt, hoe het industriële doden zich voltrekt, dan is de werkwijze zowel daar als hier dezelfde. Zoals daar van het lijk niets overbleef, zo verdwijnt het ook hier volledig. Ook bij de transplantatiewet ter verhoging van de 'uitneemfrequentie' van verse organen, die begin oktober 1996 in de Bondsdag werd behandeld, wordt over het lijk niet meer gesproken.

Het opruimen van runderen wordt gelegitimeerd door een 'rasgebonden besmettelijke ziekte op biologische grondslag', die ook voor de uitroeiing van gevangenen in concentratiekampen in stelling werd gebracht, terwijl de wettelijke plicht tot het afstaan van organen naar het schijnt door het tegendeel wordt gerechtvaardigd, door het opruimen van een lichaam zonder besmettelijke ziekten. De spoedig sneller en vaker circulerende organen zullen dit moleculair-biologisch garanderen, hoewel hun 'eerlijke verdeling', waartoe in de wet een aanzet is gegeven, bewijst dat het lichaam zelf intussen besmettelijk is geworden. Het kan worden weggewerkt door het van de ingewanden te ontdoen, mits het een goed doorbloed lijk is. Dit goed doorbloede lijk vormt een essentieel element van de moderne subject-object-relatie. Het was Descartes die het cogito van het hoofd onderscheidde van het lijk als ledematenmachine van het lichaam. Al bijna vierhonderd jaar wordt beweerd dat het ontleden van deze ledematenmachine de eenheid van het cogito niet kan deren, omdat het een ondeelbare res cogitans blijft, hoezeer de res extensa van deze ledematenmachine als lijk ook verdeeld raakt. Intussen is dit lijk in een DNA-streng van tien miljard kilometer om te rekenen, die uitgetrokken 'langer is dan de afstand tussen de zon en de buitenste planeet van ons zonnestelsel', zoals in elk leerboek de metafoor luidt die de genetische code als wonder presenteert. Gezien het feit dat alle wonderen bovenaards zijn, is de aarde voor deze omrekening net zo min een grootheid als het lichaam zelf, waarvan het volledige DNA-volume in een 'lucifersdoosje' zou zijn onder te brengen. Dit gaat voor de as van een lijk niet op, waaraan de buitensporige ballast valt af te meten die elk subject als object met zich meesleept.
Dit object wordt als vrouwelijk gedefinieerd, wat niet alleen uit deze ballast blijkt, maar ook uit het feit dat het als res extensa in de moderne subject-constructie de plaats van de materie inneemt. De geest staat tot de materie als het mannelijke tot het vrouwelijke, hoewel hij binnen deze subject-constructie zijn transcendentie ten gunste van een transcendentaal cogito heeft opgegeven, dat zichzelf als de oorsprong van het bewustzijn en als bewusteloos voorwerp voorstelt. Dat heeft onder andere tot resultaat dat het vrouwelijke het onbewuste van de man is, terwijl het mannelijke het bewustzijn van de vrouw bepaalt, indien ze meer wil zijn dan een lijk.

In de zogenaamde 'zaak Erlangen' lukte dat een aantal jaren geleden Marion P. niet, als gevolg van een verkeersongeluk. Daarbij werd niet haar dood, maar haar hersendood gediagnosticeerd, alsmede haar zwangerschap, die aan het licht kwam toen ze in levenden lijve van haar organen zou worden ontdaan. Doordat echter de Geest van het cogito, met betrekking tot de Materie van haar res extensa, in de vorm van medische kennis in werking trad, kon de zwangerschap als 'leven in een dood lichaam' worden voortgezet, totdat het kind overleed. Het levende lichaam van dit geval werd echter nog, orgaan voor orgaan, als donor gebruikt. Uit de relatie tussen zwangerschap en lijk komt de consequentie voort dat de zwangerschap in de moderne subject-constructie ook zonder hersenen functioneert. Ten eerste, omdat ze een zaak van het object is. En ten tweede, omdat juist deze omstandigheid de mogelijkheid in zich bergt dat de zwangerschap tegenwoordig buiten het lijk van dit object wordt geplaatst.


HET VERRAMSJTE VAT

De op het verdwijnen van het lijk gerichte lichaamsvernietiging valt bijgevolg samen met het ontstaan van leven buiten het vrouwelijk lichaam, waarvoor intussen een reageerbuisje voldoende is, dat op zijn beurt weer naar dat lucifersdoosje verwijst, waarin het DNA-volume van het uit tien biljoen lichaamscellen met elk een miljard basenparen bestaande menselijk leven gentechnologisch zou kunnen worden ondergebracht, als de reproductietechnologie al in staat zou zijn om de met de geboorte verbonden ballast buiten werking te stellen. Maar nog altijd moet het in vitro ontstane leven in vivo worden voortgezet, nog altijd moeten de embryo's in het reageerbuisje worden teruggezet in het vrouwelijk lichaam als drager. Tenzij ze worden ingevroren, wat een laatste consequentie meebrengt, namelijk die waarbij de lichaamsvernietiging samenvalt met niet bestaande lichamen. Want embryo's zijn lichamen die, in tegenstelling tot 'verdwenen lijken', nog niet zijn ontstaan. En aangezien intussen niet alleen de houdbaarheidsdatum van al geboren lichamen, maar ook die van nog ongeboren lichamen verstrijkt, was het eind juli 1996 voor 3300 embryo's in Engeland, nadat ze 75 maanden ingevroren waren geweest: weg ermee. De bijbehorende 'negenhonderd paren hadden het contact met de betreffende klinieken verloren'. Ze waren als subjecten de objecten van hun object vergeten. Hun ooit ondeelbare res cogitans had niets meer te maken met het deelbare van hun res extensa. Wettelijk gezien stond de res extensa van deze embryo's de opslag als gevaarlijke afvalstoffen te wachten, hetgeen door humanisten als genocide werd betiteld. Italië, dat koploper in de reproductietechnologie is, bood deze embryo's asiel aan in vrouwenlichamen, analoog aan India, dat koploper is in de reïncarnatie en daarom bereid was de BSE-runderen op te nemen. Of runderen nu asiel krijgen of vrouwen als asiel fungeren: het gaat nog steeds om een lichaam dat gestorven is en via een rund wordt wedergeboren, of dat in een reageerbuisje is ontstaan en via een vrouw in vivo wordt geboren. Voor de embryo's echter die geen asiel hebben gevonden, geldt dat ze ongeboren en ongestorven blijven. Maar op ijs gelegd kunnen ze als niet bestaande lijken worden vernietigd met als voordeel dat het lijk door geen enkele ballast wordt bezwaard: ontdooien volstaat.

Echter, zoals bij deze embryo's het verdwijnen van het lijk samenvalt met het ontstaan van leven buiten het vrouwelijk lichaam, zo wordt nu ook de relatie helder tussen buitenlichamelijke voortplanting en buitenlichamelijke orgaantransplantatie. Want nu er embryo's in een reageerbuisje verkrijgbaar zijn, nu kan het vat van het vrouwelijk lichaam, dat alle individuen als geboorte- en doodsballast bezwaart, in de ramsj. De res extensa van dit lichaam valt uiteen ten gunste van een res cogitans, die niet meer over een transcendente of transcendentale, maar over een genetische code informeert. Hij doordringt de materialiteit van dit lichaam met zijn immaterialiteit, alsof dat lucifersdoosje – en niet het DNA-volume van die materialiteit – in vlammen is opgegaan. Meteen verwijdert dit lichaam zich tien miljard kilometer van zichzelf, alsof het reeds, gewichtloos, in het zonnestelsel zweeft. Tegelijkertijd hangt het hier op aarde, gebonden aan zijn zwaartekracht, nog aan die DNA-draad, voor zover die om de chromosomen gewikkeld zit en niet tot planetaire afmetingen is uitgetrokken.


AFGEWORPEN BALLAST

Ten gunste van zijn gewichtloosheid, en tegen zijn zwaarte in, wordt de chromosomale verwikkeling van dit lichaam door buitenlichamelijke voortplanting en orgaantransplantatie afgewikkeld, terwijl het immaterieel opstijgt van de aarde, alsof het de materialiteit van zijn 'genetische belasting' al kwijt is. In de mate waarin gewichtloosheid en zwaarte echter zowel op het cogito van het subject als ook op het lijk van het object moeten worden toegepast, in die mate wordt de definitie van de dood vandaag de dag opnieuw bepaald en vormt een definitieve grens voor het hier op aarde tot een besmettelijke ziekte verworden lichaam.

In Duitsland wordt deze grens er samen met de transplantatiewet doorgedrukt. Hij wordt als hersendood gedefinieerd en zegt niets anders dan dat het lichaam, hoewel de hart-longfunctie nog intact is, op het snijvlak van res cogitans en res extensa ondergeschikt wordt gemaakt aan de behoefte aan een toename van de 'uitneemfrequentie' van verse organen. Omgekeerd staat deze grens gelijk aan grenzenloosheid. Deze verwijst naar de planetaire dimensies van de immaterialiteit van het lichaam, die zich, uitgaande van het snijvlak dat cogito en lijk van elkaar scheidt, als geheel als het brein concipieert.

In de hersendood zijn dientengevolge twee vormen van leven inbegrepen: die van het brein en die van het lichaam. In de definitie van de hersendood is de dood tegelijkertijd vastgelegd en opgeheven. Vastgelegd met betrekking tot het door hart en longen aangedreven lijk, waarvan het dierlijke/machinale lichaam beschikbaar is voor explantatie. Opgeheven met betrekking tot een cogito, waarvan het hersenleven door de implantatie van microsystemen naar hogere, cognitieve functies van een cyborg streeft. Maar of nu het biologische leven vanuit de hersenen dood wordt verklaard of dater vanuit de hersenen een moleculair-biologisch leven begint, altijd is de hersendood een definitie die de dood door doding fixeert, maar die niet fixeerbaar is. Aan de hand van die definitie wordt besloten wanneer de biologische res extensa de geest heeft gegeven en wordt bepaald wanneer de moleculair-biologische geest van de res cogitans met zijn elektriciteits- en gegevensstromen van een zichzelf informerend DNA wordt ingeschakeld. Daarbij realiseert de hersendood wat noch de transcendentie van de geest, noch het transcendentale cogito tot stand konden brengen toen ze de materie van de res extensa door hun begrip en hun greep aan zich onderwierpen, want hun subject bleef aan zijn object gebonden, terwijl de hersendood dit object verwerpt door zich op de 'persoonlijkheid' te beroepen. Haar hersenleven legitimeert de hersendood en de daaraan impliciete doding, waarmee op basis van vrijwilligheid al bij leven wordt ingestemd. Het lijkt er in alles op alsof de onderwerping van het subject eindigt door het afwerpen van de ballast van zijn object, zonder dat het snijvlak bewust wordt dat het hoofd van het lichaam en het subject van het object scheidt. Objectloos kan het zichzelf echter niet meer als subject bepalen. Daarmee is in overeenstemming dat zijn identiteit als 'persoonlijkheid' genetisch is vastgelegd en zijn hersenleven in toenemende mate aan het hersenonderzoek wordt overgelaten. De hart-longfunctie van het dierlijke en machinale lichaam wordt vervangen door de elektriciteits- en gegevensstromen van een zichzelf informerende code, die de onderdelen van deze 'persoonlijkheid' opnieuw vervlecht met behulp van het hersenonderzoek, dat op zijn beurt op het gedelocaliseerde brein van de computer en zijn substitutie en optimalisering van neurologische functies kan vertrouwen. Weliswaar dient in het hersenonderzoek open te blijven of het bewustzijn van de 'persoonlijkheid' tot het brein te reduceren is, maar voor zover dat op een subject is gebaseerd dat zichzelf niet meer als zodanig kan bepalen, is het zo dat het hersenonderzoek zelf 'subject' zal worden op voorwaarde dat de DNA-segmenten van de hersenen nu al volledig gepatenteerd zijn.


VERSTRIKTE AFBINDING VAN DE NAVELSTRENG

Het verbod dat tot nu toe op de seksualiteit van het dierlijke en machinale lichaam rustte, wordt waarschijnlijk op het brein overgedragen. De metafoor dat dit het grootste seksuele orgaan is, plaveit de weg daarheen, mocht de cyberseks worden overvleugeld door de cyborg, die niet meer 'het gebruik van de lusten', maar het 'gebruik van het denken' regelt. Bril en datahandschoen wijzen op een verbod om waar te nemen en aan te raken, dat weliswaar volgens het motto 'alles mag' via de netaansluiting functioneert, maar tegen de prijs dat het bestaansbewijs van het "ik denk, dus ik besta" niet meer kan worden geleverd als 'alleen diegene nog bestaat die een netaansluiting heeft'. Alzheimer, de ziekte van het vergeten die elke symbolisering tenietdoet, terwijl de hersenen kristalliseren; de gekke-koeienziekte, de aandoening van Creutzfeld-Jakob, die bij mensen begint met een gevoel van verdoving in het lichaam en een ontzettende woede, of met een door depressies onderbroken agressiviteit, alsof het lichaam in zijn terneergeslagenheid voor de laatste keer in opstand wil komen, om vervolgens tijdens het voor-zich-uit-dommelen van een in een spons veranderd brein ten onder te gaan: Alzheimer en Creutzfeld-Jakob, hersenverstarring en -verweking, zijn een indicatie voor de nieuwe angsten, die zijn verbonden met de reductie van de 'persoonlijkheid' tot haar brein, zonder dat ze voor zichzelf haar bestaan door denken kan bewijzen.

Deze nieuwe angsten onderscheiden zich van de oude angsten voor een waanzin teweegbrengende seksualiteit, doordat deze waanzin zich in het object van het subject bevond, terwijl hij nu met zijn objectloze brein samenvalt. Deze objectloosheid wordt vervangen door het Net, een object dat als gedelocaliseerd brein fungeert. Door middel van elektriciteits- en gegevensstromen zijn over de hele wereld nu al meer dan negen miljoen computers verbonden, waarop meer dan dertig miljoen gebruikers toegang tot een InterNetionale hebben, die zich inzet voor 'het mensenrecht op vrije informatie', alsof hun ononderbroken uitwisseling via elektriciteits- en gegevensstromen de immaterialiteit van het hersenleven, in tegenstelling tot de existentiële materialiteit van hongergevoelens en lage rugpijn, voor de monitor moet bewijzen.

Lichaamloos klikt de gebruiker binnen in een 'schimmenrijk', hetgeen aansluit bij de in vitro-geproduceerde embryo's, die, zonder identiteit of naam, ongeboren en ongestorven zijn, zodat met betrekking tot deze 'schimmen', waarvan het lichaam nog niet of niet meer aanwezig is, reeds van de 'oerbewoners' van het Net wordt gesproken, die, verstrikt in een wirwar van leidingen, kabels en draden, geen enkele binding schijnen te hebben. Met afgebonden navelstreng gooien zij in de etherische kwintessens van een hemeloceaan hun gegevenshengels uit met als navigatiedoel 'om hun hersenen direct op de computer aan te sluiten', waarvan de DNA-moleculen de 'genetische code van de cyberspace' programmeren. Daarbij blijft in het pluricentrale net van de 'wired world' een digitaal spoor over, dat niet ondanks, maar vanwege het surfen op de baren van de hemeloceaan niet verloren gaat. In de etherische kwintessens van die oceaan tekenen zich met toenemende transparantie immateriële datagedaanten af, die hoe preciezer, des te onontbeerlijker zijn voor de trans-, ex- of implantatie, voor de genen-, embryo- of wat voor transfer dan ook. Deze datagedaanten kunnen uitgroeien tot een vangnet van onder stroom gezette draden, dat zonder afslachting, vergassing, verbranding of ingewandsverwijdering ernst zal maken met de onmogelijkheid van een bestaansbewijs op het Net. Want binnen het Net wordt elke storing omgeleid en als een andere manier van functioneren geïnterpreteerd. Juist vanwege het voordeel, dat binnen het Net elke storing zich in zichzelf opheft, werd het door het Pentagon geconstrueerd. Hoe meer 'Net en Nettiquette' met elkaar verweven raken, hoe zekerder de stroppen van dit 'World Wide Web' kunnen worden dichtgetrokken, waarvan de onder stroom gezette draden voortaan op de vernietiging van de materialiteit van het lichaam gericht zijn.

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in