DEAF96 Symposium

Symposium at DEAF96 Digital Territories discussing the theme of virtual space.

DEAF96 Symposium

DEAF96 Symposium

19
 
Sep 1996
 
12:00 to 18:00
location: Lantaren/Venster, Gouvernestraat 133

In the annual DEAF symposium, the festival"s theme is critically discussed by an international group of scientists and artists. This year, sociologists, cyberspace architects and theoreticians debate the relation between architecture, urban culture and electronic networks. The "Digital Territories" will be explored as new environments to work and live in, and we will ask how culture and society are changing as we spend more and more time on-line.

Speakers: Edouard Bannwart (DE, architect) presents architectural designs for inhabitable 3D virtual worlds and discusses the Cyber City concept; Saskia Sassen (USA, economist) talks about issues of social power and the creation of new, hierarchical structures on electronic networks; Carlos Betancourth (USA, sociologist) investigates virtual environments as work and living spaces and outlines their conflicting potentials for being sites of control and sites of free behavior; Martin Pawley (GBR, architectural theorist) develops his critique of the marketing of virtual environments and the related transformation of citizens into cosumers; McKenzie Wark (AUS, cultural scientist) describes the culture of the global media society and reflects on the new, virtual geography of the networked world. Chair: René Boomkens (NL, philosopher).

 

Abstracts & short texts

 

 

The topoi of e-space

Global cities and global value chains

Saskia Sassen

This is a particular moment in the history of digital space, one when powerful corporate actors and high performance networks are strengthening the role of private digital space and altering the structure of public digital space - notably, the Net. But it is also the moment when we are seeing the emergence of a fairly broad-based - though as yet a demographic minority - civil society in digital space. This sets the stage for contestation. It is a space for the global value chains of corporate capital. And it is a space embedded in the global city - a strategic, partly denationalized site for capital from all over the world and for people from all over the world, one version of a new international civil society.
 
This paper explores two of the many questions that these changes raise. One of them concerns the need to re-theorize digital space because now we know that interconnectivity does not only produce distributed power, as in the Net, but also new forms of hierarchical power, as in global finance. Further, public digital space is emerging as a space for contestation given growing commercial interests on the one hand and a growing international civil cyber-society on the other. Rather than the space of unlimited freedom which is part of its representation today, it seems to me that there are enough changes in the last two years to suggest that perhaps the images we need increasingly are about contestation and resistance, rather than simply the romance of freedom and interconnectivity.
 
These developments signal a second issue discussed in this paper: that electronic space is embedded in the larger dynamics organizing society. (Text incomplete).

 

Dutch text / Nederlands

We bevinden ons op een bijzonder moment in de geschiedenis van de digitale ruimte. Een moment waarop machtige bedrijven en zeer krachtige netwerken de rol van de private digitale ruimte versterken en de structuur veranderen van de publieke digitale ruimte - te weten het Net. Maar het is ook het moment waarop we in de digitale ruimte de opkomst beleven van een burgermaatschappij met een redelijk brede basis, hoewel het demografisch gezien om een minderheid gaat. Hiermee is de kiem voor controverse gelegd. In deze ruimte vormen zich de wereldomvattende waardenketens van het bedrijfskapitaal. En deze ruimte is opgenomen in de wereldomvattende stad - een strategisch, deels gedenationaliseerd oord voor kapitaal uit de hele wereld en voor mensen uit de hele wereld: een soort nieuwe internationale burgermaatschappij.

Ik wil hier twee van de vele vragen die dit oproept behandelen. De ene vraag gaat over de noodzaak om nieuwe theorieën te ontwikkelen voor de digitale ruimte, omdat we inmiddels weten, dat verbondenheid via computernetwerken niet alleen leidt tot een spreiding van macht, zoals op het Net, maar ook tot nieuwe vormen van hiërarchische macht, zoals op de financiële wereldmarkten. Tevens wordt de publieke digitale ruimte steeds meer een plek voor controverses, vanwege de groeiende commerciële belangen enerzijds en een groeiende internationale burger-cyber-maatschappij anderzijds. Bij veel mensen leeft nu nog het beeld van deze ruimte als een plek van ongelimiteerde vrijheid. Volgens mij zijn er de afgelopen twee jaar heel wat dingen veranderd, die erop wijzen dat we deze beeldvorming moeten bijstellen in de richting van controverse en verzet, in plaats van romantische ideeën te koesteren over vrijheid en verbondenheid.

Deze ontwikkelingen leiden mij tot de tweede kwestie die ik hier aan de orde wil stellen, namelijk, dat de elektronische ruimte ligt ingebed in grootschaliger processen die bepalen hoe de organisatie van de samenleving eruitziet. Of het nu gaat om de opzet van de infrastructuur of om de structuralisering van cyberspace, alles wordt gekenmerkt en tot op zekere hoogte gevormd door zowel macht, concentratie en controverse als ook door openheid en decentralisatie. De digitale ruimte blijkt niet domweg een transportmedium te zijn voor bedrijven en personen, maar een belangrijk nieuw platform voor de accumulatie van kapitaal en voor wereldomvattende geldstromen.

De uitgestrekte economische topografie, die ontstaat in de elektronische ruimte is een moment, een fragment, van een nog veel grotere economische keten die goeddeels gebonden is aan niet-elektronische ruimten. Er bestaan geen volledig virtuele firma's en geen volledig gedigitaliseerde industrieën. Zelfs de meest geavanceerde informatie-bedrijven, zoals financiële instellingen, bevinden zich slechts voor een deel in de elektronische ruimte. Dat geldt ook voor bedrijven die digitale producten maken, zoals software-fabrikanten. De toenemende digitalisering van economische bedrijvigheid heeft de grote internationale zaken- en financiële centra niet overbodig gemaakt. Nog steeds concentreert zich daar al het 'materiaal'; van de allernieuwste telematica infrastructuur tot en met de knapste koppen.

Er ontstaan wereldomvattende steden als strategische plaatsen voor het uitoefenen van digitale macht. Dit geldt zowel voor private digitale macht, bijvoorbeeld bij wereldwijde financiële markten, als voor cruciale sectoren van de internationale burgermaatschappij.

 

Cybercity

Edouard Bannwart

The city is a material expression of information. Cross-roads, market places and city wells have always been the most important sites for the exchange of news. Around these information nodes the agencies of the information trade would establish themselves: the exchanges, the banks, the city halls. This physical arrangement of the sources of information and the levels of expectation and experiences associated with these locations determine even today where spontaneous gatherings take place, renowned companies hold office and traffic is at its peak. Although the exchange of information has long since been taken over by newspapers, radio and television, the hottest information remains that which we experience first-hand. In view of these two aspects - the physical arrangement of information (mnemonic techniques, reminders) - and unmediated personal curiosity (interactivity), it seems useful to structure the access, navigation and control of information as a city, serving as a realistic instrument of orientation. "Cyber City" is a concept in which the outer features of the city function as the interface. Based on our perception and means of orientation in daily life, a highly realistic image of a city becomes a virtual reality model, complemented and updated by real agencies. The entry-level concept is being presented as a VRML-ready layered model, where the actual information can be accessed. The integration of city model, information supply and search criteria within an orientation context will re-establish the connection between the global information cosmos and local realities.


Virtual geography and the new abstraction

McKenzie Wark

The image mutates along two dimensions: digital technologies reduce the image to a matrix of finite particles, an invisible molecular web of valencies. Global media vectors make those bits ever more instantly teleportable from one location, one displacement, to another - around the desktop, around the world. What emerges is a new abstraction, the virtual dimension of which is that a bit in any given image could find itself in combination with any other, anywhere in the world. That this is not actually what happens right now means that meaning and power still exist in the world. The question is why. We no longer have roots, we have aerials. We no longer have origins, we have terminals. What we are yet to experience are the consequences of the roads already taken.


Dutch text / Nederlands

Het beeld verandert langs twee dimensies: digitale technieken reduceren het beeld tot een matrix van eindige deeltjes, tot een onzichtbaar moleculair web van verbindingswaarden. Door wereldwijde mediavectoren worden deze bits steeds meer direct verplaatsbaar, van de ene lokatie naar een andere - naar de andere kant van het bureau of de andere kant van de wereld. Hieruit komt een nieuwe abstractie voort, waarvan de virtuele dimensie is, dat een bit in een willekeurig beeld gekoppeld kan zijn aan een willekeurig ander bit, waar ook ter wereld. Dat dit in feite nu nog niet gebeurt, wil zeggen dat betekenis en macht nog steeds bestaan in onze wereld. De vraag is waarom. We hebben geen wortels meer, we hebben antennes; we hebben geen afkomst meer, we hebben terminals. Wat we nog zullen meemaken, zijn de gevolgen van de wegen die al zijn ingeslagen.

 

 

Unstable media-tions

At work in information regimes

Carlos H. Betancourth

If the task of designing 3D virtual environments as spaces for working, trading and living is crucial for the future shape of human relations in networked societies, what do electronic networks call into question, and what does art aim at defending?

The notion of the (electronic) network calls into question the notion of place as the foundation of the law of identity and the notion of the unbreakable and indivisible individual (whether a self, a collective, a nation and/or a firm). Yet securing this notion of place seems to be fundamental for securing the unity of electronic spaces for working, trading and living.

But, if art can be understood as an effort to defend the notion of the indivisibility of place, how does art help to secure place on the Net? What is the property of place that the technical qualities of the Net tend to eliminate and what is the scheme, the system, needed to rebuild place in the Net?

Art and 3D virtual environments can be read and understood as an effort to establish this concept of place by introducing the notion of form, image, and above all, the notion of distance and location. This is important, because up to now the discussion on the relation between electronic networks and cities has been reduced to an argument that electronic networks eliminate the need for cities as important economic unities, and/or that electronic networks reaffirm the economic need for cities and agglomerations.

The effort to establish and secure place on the Net through virtual environments is an implicit recognition of the importance of distance and proximity as a means of control. Distance (or, the back-and-forth; to-and-fro; left-to-right; top-to-bottom movement), is subordinated to the aim of putting things in their place. This movement by fixing things in place establishes and confirms centrality on the Net. Thus the problem isn"t so much whether the Net eliminates and/or needs cities but whether new forms of centrality are emerging on the Net through the introduction of electronic distance and place.

The cases of internet commerce and the virtual factory illustrate that the establishment and confirmation of centrality through distance and its movement is relevant to the fulfillment of the promises associated with the emerging commercial and manufacturing structures. Thus, in a way similar to flexible specialization systems and regional production networks where a premium is placed on spatial clustering of, say, suppliers around plants (partly to ensure delivery times through the notion of region as a means for the storage of information), companies - rather than just posting pages on the Web - may want to move more selectively (where coherence is a function of what is excluded and subdued), clustering themselves into on-line communities where centrality is confirmed and established through distance and proximity so that commerce can proceed.

Three critical and problematic issues related to such virtual centers of commerce and production are their security, and the economic and political impact of virtual communities and the centrality they might attempt to protect, namely, authorship and copyright.

Instabiele media-taties

Het werken in informatie-regimes

Carlos H. Betancourth

Als het voor de toekomstige vorm van menselijke relaties in netwerk-maatschappijen van cruciaal belang is hoe de 3D virtuele ruimten voor werk, handel en wonen eruit komen te zien, wat stellen elektronische netwerken dan ter discussie en wat doet de kunst om zich te weer te stellen?

Het begrip (elektronisch) netwerk roept de vraag op wat "plaats" inhoudt als basis van de wet van identiteit en wat het betekent voor het integrale en ondeelbare individu (of dat nu een persoon, collectief, natie of bedrijf is). Toch lijkt het erop of het behoud van het begrip "plaats" onontbeerlijk is voor behoud van de eenheid van elektronische ruimten waar gewerkt, gehandeld en geleefd wordt.

Maar, als kunst kan worden gezien als een poging om de ondeelbaarheid van plaats te verdedigen, hoe kan kunst dan dit begrip "plaats" op het Internet veilig stellen? Welke eigenschap van plaats wordt door de technische aspecten van het net bedreigd en met welk plan, met welk systeem, kan plaats weer een rol vervullen op het net?

Kunst en 3D virtuele omgevingen kunnen gelezen en begrepen worden als pogingen om het begrip plaats in te voeren door het hanteren van begrippen als vorm, beeld en vooral het idee van afstand en locatie. Dit is belangrijk, want tot nog toe is het debat over de relatie tussen elektronische netwerken en steden vernauwd tot een discussie of elektronische netwerken leiden tot een overbodig zijn van steden als economische eenheden en/of dat elektronische netwerken juist de economische noodzaak van stedelijke agglomeraties bevestigen.

De poging om de notie van plaats op het net te vestigen en veilig te stellen door middel van virtuele omgevingen is een impliciete erkenning van afstand en nabijheid als beheersinstrumenten. Afstand (ofwel: vooruit-achteruit, heen-en-terug, links-rechts, omhoog-omlaag) staat ten dienste van het op hun plek zetten van dingen. De beweging van het fixeren van dingen op hun plek posteert en bevestigt dat er centraliteit bestaat op het net. Het probleem is dus niet zozeer of het net steden overbodig maakt of juist nodig heeft, maar of er nieuwe vormen van centraliteit ontstaan op het net door het invoeren van elektronische afstand en plaats.

Internet-commercie en virtuele fabrieken illustreren het feit dat het tot stand brengen en bevestigen van centraliteit door middel van afstand en de daarmee gepaard gaande beweging relevant is voor de invulling van de beloftes die de opkomende commerciële en industriële structuren in zich dragen. Net als flexibele specialistensystemen en regionale produktienetwerken een voorkeur hebben voor een ruimtelijke groepering van bijvoorbeeld toeleveringsbedrijven rond fabrieken (deels om leveringstijden te bewaken door de regio te zien als een opslagplaats voor informatie), zullen bedrijven - liever dan wat homepages op het web te gooien - zichzelf groeperen binnen on-line gemeenschappen waar de centraliteit wordt gewaarborgd door middel van afstand en nabijheid zodat er gewoon zaken kunnen worden gedaan.

Drie belangrijke en problematische kwesties dienen zich aan rond dergelijke virtuele centra voor handel en produktie: hun veiligheid, de economische en politieke invloed van virtuele gemeenschappen en de centraliteit die zij willen beschermen, namelijk auteurschap en copyright.

Notes on the marketing of reality

Martin Pawley

Reality is neither what we perceive with our senses, nor what really exists, nor is it confined to the present. It consists of what we think is happening, what we think happened, and what we think will happen. This elusive quality is not a product of modern memory systems. It has always been there, in the overlapping way in which our brains organize sensory data, and in the limitations of our sensory systems themselves. In fact our perception of reality comes as much from the limitations of our sensory equipment and mental powers as from their fidelity. Like the sensory equipment of all life forms, ours is imperfect and easily falls victim to tricks, traps and the relativity of perceived events, which appear different to everyone who sees them. Reality is never as we expect it to be, nor is it as we remember it. We reconstruct all our perceptions in the light of later information. It is because reality cannot be pinned down that all our predictions of it are false, and all the events we process through memory are fictitious.

Reality is interesting because it is fugitive, and because it is interesting it has always been potentially marketable. Before the age of mass communication the consumer market for reality was tiny for technical reasons - as with many interesting phenomena in the physical sciences, its marketability would still be hypothetical were it not for the invention of machines capable of recording and replaying it. The reality-recording technologies of photography, the cinema, radio, TV, video and multimedia made possible the development of today"s mass market. The market expands because its product reinforces the incompleteness of eyewitness reports. It is that same tiny imperfection of understanding in our own sensory mechanism that endows every fragment of cinema, radio and video history - from old 1912 footage of the Suffragette Emily Davidson being ridden down by the King"s horse to the 1937 radio account of the destruction of the Hindenburg and the amateur film of the assassination of John F. Kennedy - with an endless interpretive value. Between them cinema, radio, TV, video and multimedia, plus perceived reality"s own uncertainty principle, have turned recorded reality into a mass consumption product, like electricity or petrol or food. Something for which there is now a global market and an inexhaustible demand.

Today the market in recorded reality works like the property market. If we think of the distributors of reality as landowners controlling vast virtual estates, then we can see the parallel. These electronic landowners lease or sell reality, through wholesale agents, to consumers. In this sense the operations of cable TV, newspaper, magazine and other media groups are all part of a vast marketing operation that is selling leases and granting mortgages for the colonization and development of interior space. Through the work of these agencies, each one of us is no longer only producer of reality, but a consumer of reality. And the balance between production and consumption in the field of reality is changing.
 
Today the world is on pause, awaiting the terminal decline of producer reality and the rise of consumer reality. Producer reality is tied to place: consumer reality lives in space. During the present interregnum we are living in both place and space: a private existence that analogizes the macro-reality of the city and the non-city in our physical environment. In this sense we can see our producer reality as an architectural construct, and our consumer reality as an informational time period. This is as unstable a state individually as it is collectively. In our urban populations we can already see divided societies, their collective structure riddled with extraneous information and penetrated by distant communications systems. These urban populations are part indigenous producer, part touristical consumer. Critical mass is moving from the first to the second. To act out these two roles each individual has two bodies: a producer body consisting of his or her physical presence, and a consumer body shaped by the information directed at or received by it.
 
These producer and consumer bodies are not yet clearly differentiated but, as the marketing of consumer reality intensifies, it is clear that the "fictional" (consumer) body is becoming more and more demanding. Soon its growth and expansion will dissolve all traditional producer relationships. Community, locality, employment, all generate producer relationships based on physical proximity. These are being replaced by non-space-demanding relationships between fictional consumer bodies. At the same time the city is more and more being perceived as a consumer structure in itself, its buildings and open spaces no longer serving a producer population because such a population is ceasing to exist. The present role of the "fictional" population of tourist consumers is what conceals its absence now.
 
One of the reasons it is difficult to accept this prediction of the coming urban catastrophe is because of the discrediting of narrative history. It has become normal in our time to believe that "old" history has ended. That it ended with the Cold War and the reunification of Germany. This view is incorrect. All the end of the Cold War did was to remove the illusion that the evolution of all technology, particularly information technology, was under the control of national governments. We can now see that the reverse is the case. Technological evolution has its own rules and its own policies, and those policies are not under the control of governments. They are under the control of computer systems that are forcing compliance with a machine vision of reality as though they were an army of occupation. This army of computer systems wants us to live in a different way, with different relationships and different goals, and it will force us to accept them by force if necessary. After the Cold War has come the Old War. The war between the producer past and the consumer future.

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in