Ping Body

Performance of the work "Ping Body" by Stelarc at DEAF96.

Ping Body

Stelarc: Ping Body (detail)

17
 
Sep 1996
 
19:30 to 20:30
location: Lantaren 1, Gouvernestraat 133

Originally, ping is the word used to describe the sound generated by sonar equipment in submarines. Such sonars make sounds that sound like "ping"; the distance to another object is measured by the time it takes this sound to echo back. Within computer networks pinging is used to determine whether a connection is "up" and how good it is.

Stelarc employs pinging as a control mechanism for his body: his body movements are not caused by his own nervous system but by an external data system. The data is generated by pinging randomly at some thirty Internet domains and measuring the spatial distances and the time the signal needs to travel. The variation in ping values depends on both the distance and the level of traffic on the Net. The data thus collected is used to trigger a multiple muscle stimulator that activates muscles by tiny electrical currents. In this way activity on the Net is converted and used to set a body in motion.

The ping values representing distance and time on the Net constitute a choreography and compose the live performance. The values are also converted into a graphical interface on a screen and into sound depending on proximity, position and angle of arms and legs. So the performance that is controlled by activities on the Net, can again be seen there, live. Where normally people cause events on the Net, here the Net determines what happens to a person, becoming Stelarc"s external nervous system and turning him into a machine.

Through the centuries, man has compared his body to machines and in this comparison the technical developments were again reflected. In Stelarc's performance the human body has become a "controllable machine", a manageable entity to perform movement.

 

Nederlands / Dutch text

Ping is oorspronkelijk de aanduiding voor het geluid dat afkomstig is van een sonar zoals die door onderzeeërs wordt gebruikt. Een dergelijke sonar verzendt een geluid dat klinkt als 'ping'; de afstand tot een ander voorwerp wordt gemeten aan de hand van de tijd die het geluid nodig heeft om te weerkaatsen. Binnen computernetwerken wordt het pingen gebruikt om te bepalen of een verbinding bestaat en wat de kwaliteit van deze verbinding is...Stelarc gebruikt het pingen als het sturingsmechanisme van zijn lichaam: de bewegingen van het lichaam worden niet veroorzaakt door het eigen zenuwstelsel, maar door een extern datasysteem. De data worden gegenereerd door random te pingen naar een dertigtal internet domeinen, waardoor de ruimtelijke afstanden en de tijd die het signaal nodig heeft om te reizen wordt gemeten. De variatie in de pingwaarden is afhankelijk van zowel de afstand als de drukte op het Net.

De data die zo ontstaan, worden gebruikt om een meervoudige spierstimulator aan te sturen; via stroomstootjes worden spieren geactiveerd. Hiermee worden de activiteiten op het Net omgezet en gebruikt om een lichaam in beweging te brengen. De pingwaarden die afstand en tijd op het Net representeren, veroorzaken een choreografie en componeren de live performance. Ook worden deze waarden, afhankelijk van de nabijheid, positie en de buiging van armen en benen,.omgezet naar geluid en naar een grafische interface op een scherm. De performance, die wordt bepaald door de activiteiten op het Net, is daar ook weer live zichtbaar. Veroorzaken normaliter mensen wat er op het Net gebeurt, nu bepaalt het Net wat er met een mens gebeurt: het is Stelarcs uitwendige zenuwstelsel, dat hem tot een machine maakt.

Door de eeuwen heen heeft de mens zijn lichaam vergeleken met een machine en zag men in de vergelijkingen ook de ontwikkeling van de techniek weerspiegeld. In de performance van Stelarc is het menselijk lichaam een bestuurbare machine geworden, een beheersbaar geheel voor het verrichten van bewegingen. Mechanisatie van lichaamsfuncties en vervanging van lichaamsdelen lijkt zijn antwoord op de kwetsbaarheid van het lichaam en de overdosis aan informatie waarmee we omgeven worden. Zou een mens meer op een machine lijken dan zou hij/zij hier beter mee kunnen omgaan en dingen kunnen realiseren die voorbij gaan aan onze fysieke evolutie.

Aristoteles heeft zich reeds afgevraagd wat er met de verwondering gebeurt bij het toenemen van de kennis als bevredigende verklaring van onbegrijpelijke verschijnselen, de 'wonderlijke dingen' (thaumata) die in zijn tekst vrijwel identiek zijn met 'de dingen die uit zichzelf bewegen' (tautomata). De verwondering zou eindigen als de verklaring gegeven zou worden. De 'dingen die uit zichzelf bewegen' zijn echter zowel verklaarbaar als raadselachtig en hoe meer zij op de werkelijkheid lijken, des te meer wekken zij verwondering op. De vraag lijkt bij Stelarc opnieuw aan de orde: als de mens 'niet meer uit zichzelf beweegt', maar 'bewogen wordt', lijkt het tijd om een pleidooi te houden voor verwondering.

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in