35
years
v2_
 

Als of

Essay van William Mitchell, gepubliceerd in Interfacing Realities, 1997.

Als of

Interfacing Realities

Vlieg met Air New Zealand van Auckland naar het dampende, stinkende havenstadje Pago Pago op het eiland Tutuila. Wip van daar met Polynesian Airlines naar Upolu. Overnacht in het hotel van Aggie Gray in Apia. Neem de bus richting Lotofaga tot aan Vailima in de frisse heuvels boven de stad. Hier ligt het huis waaraan Robert Louis Stevenson in 1890 voor zichzelf begon te bouwen. Hij legde een tuin aan, plantte vruchtbomen, liet meubels uit Schotland komen en bouwde een haard in Europese stijl ter herinnering aan een vroeger thuis. Hier, in dit paradijselijke oord in de Stille Oceaan waarover hij had gedroomd, overleed hij in 1894.


Ga verder, over de Mulivai Stream, naar de van muggen vergeven top van de Mount Vaea. Daar ligt het graf van Stevenson, met de beroemde regels:


This be the verse you grave for me:

Here he lies where he longed to be;

Home is the sailor, home from the sea,

And the hunter home from the hill.


Het is net alsof Vailima het kasteel was van een Schotse landheer die zich omringde met clanhoofden, alsof de overleden dichter een vermoeide jager was, alsof z'n leven één lange reis is geweest naar deze plek.


HET IS MAAR EEN METAFOOR


Laten we dat nog eens doen. Start Netscape Navigator en klik op Net Search. Kies AltaVista en type 'Robert Louis Stevenson'. Je krijgt een lijst met sites over Stevenson. Nu kun je klikken naar de Homepage van de Regering van West-Samoa, die wordt opgeluisterd met een foto van het huis in Vailima met het rode dak en de brede veranda. Een tweede klik voert je naar een 'Volledige verzameling van de gedichten van Robert Louis Stevenson', die door de een of andere universiteit wordt bijgehouden. Zoek de lijst met titels af, klik op Requiem, en daar staat de tekst:


This be the verse you grave for me.


Ooit was thuis de plek waar je botten waren. Nu is het waar je bits zijn.


Het is natuurlijk maar een metafoor, maar wel een die de schrijver van Treasure Island had kunnen waarderen. Het is natuurlijk zo klaar als een klontje dat we niet werkelijk reizen in cyberspace (in tegenstelling tot William Gibson) maar op het startscherm van mijn Netscape-versie prijkt wel een zeer Stevenson-achtig scheepsroer tegen een sterrenhemel. Natuurlijk verplaatsen we ons niet lichamelijk, maar even goed gebruiken we allerlei termen die dat wel suggereren. We bouwen geen huizen in virtuele Vailima's, maar we construeren homepages, waar we de tekst en de plaatjes verzamelen die we belangrijk vinden, waarmee we onze elektronische voorgevels optrekken en we ons aan de buitenwereld presenteren.


In een drukke, mobiele en elektronisch verbonden wereld van vercommercialiseerde voorwerpen en plaatsen, hebben steeds minder mensen de mogelijkheid om te bouwen in steen en hout op unieke, afgelegen en prachtige plekken, zoals Stevenson dat deed. Er is echter volop elektronisch bouwterrein om onze homepages op te vestigen, en deze persoonlijke stukjes cyberspace kunnen we eigenhandig inrichten. Er zijn er dan ook honderdduizenden (misschien inmiddels wel al miljoenen) verschenen – de nieuwste vorm van volkskunst. Ze voorzien in een oeroude menselijke behoefte om je een stukje terrein toe te eigenen en jezelf kenbaar te maken naar anderen.


Je hoeft het echter niet per se zelf te doen. Als je beroemd bent, maakt iemand anders wellicht een 'onofficiële' homepage voor je; een elektronisch heiligdom ter ere van jouw bestaan waar een bepaald beeld van jou wordt gepresenteerd. Dat wordt je huis in cyberspace, met beelden en relikwieën, net zoals een heiligdom of een tempel een huis voor de goden is. Dit overkomt meestal supermodellen, popsterren, filmacteurs, sporthelden en beroemde schrijvers, zelfs Robert Louis Stevenson. Je kunt via AltaVista een bedevaart ondernemen door de naam van je aanbedene in te voeren en vervolgens van de ene site naar de andere te klikken, net zoals de meer traditioneel ingestelde pelgrims naar Santiago de Compostela trekken.


Terwijl ik aan dit artikel werkte, heb ik zelf ook een aantal cyber-bedevaarten gemaakt, om eens te zien hoever een aantal bouwwerken inmiddels waren gevorderd. Cindy Crawford: volop; voornamelijk met veel liefde gemaakte heiligdommen van studenten. Howard Stern: ook volop; sommige mensen moeten echt eens volwassen worden. Battle Angel: niet te geloven! Hugh Grant: een Zoenplekje, en nog veel meer, waaronder nogal wat schunnigheid. Madonna: een AltaVista-lawine, mede vanwege enige begripsverwarring. De Maagd Maria: een mooie verzameling van sites met Verschijningen. Ik surfte naar zo'n site in Bayside, Queens (New York) en vond het volgende: 'Maagd Maria zegt: Komeet gaat Aarde treffen! Beurs stort in! Epidemie onder kinderen nakende! Klik hier voor de datum van de komende kastijding! Vergeet onze Internet-sponsor niet!'


Enigszins verbouwereerd zocht ik vertroosting bij Santiago de Compostela. De virtuele uitgave van dit oude pelgrimsoord speelde Jingle Bells voor me, bood zich aan in zowel het Spaans als het Engels, toonde een wereldkaart en meldde uitnodigend: 'Klik op het continent waar u woont, dan ziet u een lijst van mensen die ook naar Santiago willen komen. Deze mensen treden graag met u in contact om ervaringen uit te wisselen of om met u en anderen een groep te vormen voor de reis'. En jawel, hele lijsten vol met e-mail-adressen. Vervolgens naar Kermit de Kikker. Die heeft een 1996 Presidential Campaign Hoofdkwartier en ook een Aanbiddings Pagina. Die blijkt zich te bevinden in de sectie Hollywood van GeoCities, waar 'gratis kavels' in een van de '29 thema-gemeenschappen' worden aangeboden: Athene, Bourbon Street, Broadway, Cape Canaveral, Capitol Hill, College Park, Colosseum, Enchanted Forest, Heartland – Ik heb nog even bij De Tropen gekeken, maar Vailima was er niet bij.


Genoeg! Ik klikte op de 'Home'-knop en was weer terug in m'n eigen kleine huisje in het cyberdomein: Home is the surfer, home from the sea.

 

GEPAST EN ONGEPAST


Door metaforen komt het onbekende vertrouwd over en kunnen we onze kennis en ervaring aanwenden in nieuwe situaties waarin we ons anders verloren zouden voelen. Op nieuw terrein – zoals cyberspace – zouden we zonder metaforen gewoon nergens zijn. 


In de begindagen van computernetwerken had je bij voorbeeld acroniemen in plaats van metaforen. Je haalde met FTP een bestand op dat zich elders bevond, of je ging via TELNET naar een andere machine. Het was een geheimzinnige bezigheid. Als je niet goed op de hoogte was van computers, besturingssystemen en netwerken, viel het niet mee om erachter te komen waar het allemaal over ging en wat je moest doen. En je had elektronische post.


'Elektronische post' is zo'n samenstelling waarin in het Engels het nieuwe wordt verbonden met bekende. Zo werd aanvankelijk met 'paardloos rijtuig' de automobiel aangeduid, en met 'draadloze telegraaf' de radio. Door deze terminologie leek de nieuwe technologie direct begrijpelijk te worden. Je adresseerde en verstuurde een bericht. Berichten die aan jou waren gericht, trof je aan in je 'brievenbus'.


Stevenson had het ongetwijfeld prachtig gevonden. Hij was een fervent brievenschrijver en publiceerde z'n romans in feuilletonvorm in tijdschriften. Hoewel er mooiere eilanden waren, koos hij voor Samoa, omdat dat werd aangedaan door schepen van de lijn Sydney - San Francisco en er daardoor een geregelde, betrouwbare postdienst was. Nu zou hij waarschijnlijk hebben gekozen voor een ISDN-lijn en een goede Internet aanbieder, en had hij z'n teksten elektronisch verstuurd  – net als ik met deze tekst doe.


Met de komst van de grafische interface werd de 'post'-metafoor in een visueel jasje gestoken. Op de computer die ik nu gebruik, worden berichten afgebeeld door middel van icoontjes die eruitzien als kleine enveloppen. Eerst zijn ze gesloten, maar als je erop klikt om het bericht te lezen, gaan ze open. Vervolgens kun je ze in mappen opbergen of in de prullenbak deponeren.


Hier is de aanvankelijk behulpzame metafoor echter doorgeschoten en begint hij misleidend te worden.  Een gewoon elektronisch bericht lijkt in feite veel meer op een briefkaart, die je zonder envelop verstuurt. Onderweg van afzender naar bestemming komt het waarschijnlijk langs vele tussenliggende machines waar het kan worden opgeslagen en ook kan worden gelezen door mensen die toegang hebben tot die machines: een postbeambte kan een briefkaart lezen. Daar komt bij dat de wettelijke bescherming die privé-brieven genieten, niet geldt voor elektronische post. Met andere woorden, de metafoor van de envelop suggereert meer privacy en veiligheid dan er in feite is.


Hoe lossen we dit op? Je kunt natuurlijk eenvoudig een toepasselijker icoontje ontwerpen – een briefkaart wellicht in plaats van een envelop. Maar een vernieuwende programmeur zou z'n blik verder kunnen richten en opnieuw kunnen nadenken over het basisidee van elektronische post en op de proppen kunnen komen met een systeem dat daadwerkelijk de gesuggereerde privacy en veiligheid biedt. Een systeem met meer van de gewenste kenmerken van het papieren postsysteem.

 

METAFOREN, ZO VER HET OOG REIKT


Nu komen we bij de kern van de zaak. Ik ben niet erg geïnteresseerd in metaforen die alleen maar verpakking zijn, die alleen maar gevestigde computerbegrippen en – mogelijkheden in 'vriendelijke', verkoopbare termen gieten. Natuurlijk moet de verpakking in orde zijn – intuïtief en niet-misleidend – maar dat is niet de hoofdzaak. Wat veel belangrijker is, is dat metaforen een aanzet kunnen geven tot nieuwe programmatische ideeën, zoals elektronische post bijvoorbeeld, of het spreadsheet, het World Wide Web, software-agents, elektronisch geld, virtuele ruimtes of digitale huisdieren. Interessante metaforen inspireren uitvinders tot het betreden van nieuwe, productieve terreinen.


Metaforen zijn voor systeemontwikkelaars net zo belangrijk als ze voor Tusitala waren bij het vertellen van z'n verhalen vol magie en avontuur. Uiteindelijk zijn computersystemen alleen maar bits die door schakelingen flitsen, maar we doen altijd alsof ze iets heel anders zijn. Programma's bouwen eindeloos door aan interpretaties en daarvoor stapelen ze de ene metafoor op de andere. Het is een en al metafoor, zo ver het oog reikt.


Dit spelletje kan eeuwig doorgaan. De lagen van metaforen die in software zijn vastgelegd, vormen een duizelige omgekeerde piramide die uiteindelijk is gebaseerd op bits en schakelingen – een piramide die voortdurend en soms onvoorspelbaar van aard verandert tijdens het bouwproces. Deze opgestapelde metaforen zijn niet alleen maar voorstellingen van de digitale elektronische wereld. Hun inscripties vormen het materiaal waaruit deze wereld is opgetrokken.


Wij maken de software en vervolgens maakt de software ons. Alsof het leven de kunst nabootst.

 

 

© 1997 William Mitchell / V2_

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in