35
years
v2_
 

Het landschap van het geheugen

Essay van Stacey Spiegel, gepubliceerd in Interfacing Realities, 1997.

Het landschap van het geheugen

Interfacing Realities

Het heeft geen zin te dromen van een wildernis die ver van onszelf ligt. Die bestaat niet. Het is de turf in ons brein en onze ingewanden, de primitieve kracht van De Natuur in ons die die droom inspireert. Nooit zal ik in de oerwouden van Labrador een grotere wildheid aantreffen dan in een of andere uithoek van Concord. 1

Een groot aantal mensen uit verschillende disciplines – schilders, schrijvers, filosofen en wetenschappers – hebben elk op hun eigen wijze in de loop der jaren het gebruik van het landschap als metafoor gesteund. Zo ook de Britse schilder Walter Sickert, die in 1924 stelde dat ongeacht hun onderwerp, "schilderijen niet moeten worden beschouwd als uitingen van cultuur, maar als werktuigen van het geheugen en de indirecte ervaring". 2 De computer is natuurlijk geen cultuuruiting, maar gewoon een werktuig. De landschapsinterface in de computer is opgebouwd uit geheugen en ervaring. Harold Gilman, een tijdgenoot van Sickert, schreef dat elke tijd z'n eigen landschap had. 3 Daarmee doelden zij niet alleen op de beeldende interpretatie zoals die zich ontwikkelde in de overgang van de Oude naar de Moderne Wereld, maar ook op de aard van ons culturele landschap. De dialoog tussen het culturele landschap en ervaringslandschap bevordert ons elementaire begrip van de natuur en biedt ons nieuwe en relevante modellen om het materiële en het immateriële met elkaar te verbinden.

Kinderen zien machines als monsterlijk speelgoed: dus breekt de moderne kunstenaar het machine-speelgoed van de kunst open om te zien hoe het werkt. 4

De mens-machine interface van deze eeuw heeft een 'scheiding' in de mensheid gekliefd die niet meer geneest. Waarop kunnen we nog vertrouwen als we weten dat we geen intiem vertrouwen meer met elkaar kunnen delen. De synthetische kilheid van machines is geprogrammeerd om te bemiddelen bij menselijke – hou afstand – wie is te vertrouwen. De menselijke vindingrijkheid heeft geleid tot anarchie en chaos op onvoorstelbare schaal. Zou het echt zo zijn dat organische cellulaire systemen het bewustzijn de baas zijn? Waarin moeten we nog geloven?

Er bestaan vele verschillende werkelijkheden, maar in plaats van vormen van werkelijkheid spreek ik liever van lagen van werkelijkheid, zoals een ui schillen heeft. De werkelijkheid is een constante samenvloeiing van veelgelaagde gelijktijdige interacties met alle zaken van de wereld, zowel materieel als immaterieel. Werkelijkheidslagen zijn uniek en distinctief wat betreft hun emotioneel/sensorische inhoud. Het gelijktijdig bewegen tussen veelgelaagde inhoudstoestanden is een biologische daad, en waar het organisme prikkels ontleent aan de complexiteit, ontleent ons intellect er betekenis aan. De randen vervagen, de werkelijkheden vouwen zich in elkaar.

Actualiteit is het punt waarop het donker is tussen twee flitsen van de vuurtoren: het is het moment tussen de tikken van een horloge: het is een leeg interval dat voor eeuwig door de tijd wegglipt: de scheur tussen verleden en toekomst: de kloof bij de polen van het wisselend magnetisch veld, oneindig klein maar uiteindelijk echt. Het is de interchronische pauze wanneer er niets gebeurt. Het is de leegte tussen gebeurtenissen. 5

Over verschillende werelden praten is problematisch omdat het de illusie van discontinuïteit laat voortbestaan. Niet opdeling en scheiding, maar eerder samenkomst en continuïteit zijn de kenmerkende begrippen voor het tribale territorium van gebruikersgroepen en websites. Door middel van metaforen kunnen we onszelf opnieuw definiëren. Een metafoor belooft niets, verleidt niet, maar heeft als contextualiserend principe dat de wereld van de communicatie een wereld van gewaarwordingen is, en zonder gewaarwordingen zou niemand de moeite nemen om met een ander/het andere in contact te treden. Niemand zal zeggen 'mooie metafoor, waardeloos werk'. Een metafoor heeft voor mij integriteit als een middel om ideeën uit te zetten en, nog belangrijker, deze uit te voeren en te vertalen via een systeem van ontcijferen; ideeën en resonantie over te brengen, contact te maken.

De mensen van Knowbotic Research beweren dat ze tegen het maken van metaforen ageren in hun sprong van het Gutenberg- naar het Turingstelsel. Is dat werkelijk zo of hebben ze zich eerder gestort op een mooi van pas komende definitie van de metafoor die is uitgedost als de Wicked Witch from the West. 6  Het zou kunnen, gezien hun duidelijke afkeer van de 'look-and-feel' van de popcultuur-achtige democratisering van het Internet. Het verontrustende van cultuurgeschiedenis is dat we niet uit onze eigen domeinen kunnen ontsnappen. Knowbotic Research baseert een geloofsstelsel op de confrontatie van het onvoelbare in non-plaatsen met onbeschrijfbare gebeurtenissen. Is het orkestreren van de 'gebeurtenis' nu dan hetzelfde als een interpretatie, of liever de vertaling van de 'gebeurtenis'? Per definitie is de manier waarop of het middel waarmee we de werkelijkheid ervaren een extensie van onze eigen ervaring en geheugen. Daarom verhoogt 'Immersion Reality' het potentieel voor expressieve metaforen om ergens tussen beelden, symbolisme en geheimzinnigheid te zweven.

Ik wil het begrip landschap ontwikkelen als een metafoor voor cyberspace. Niet als een hiërarchisch teken van vooruitgang, maar meer als een erkenning van een historische constante. Landschap is het ervaringsmiddel waarmee we intuïtief kunnen navigeren tussen de genetische benadering van het ik en de bergen van virtuele informatie. Het idee van het landschap als metafoor voor cyberspace verschilt hemelsbreed van de machine-metafoor waarmee het merendeel van de culturele activiteit en analyse in deze eeuw is gevormd en bepaald. Van de Futuristen tot de Mechanische Bruid van Marshall McLuhan is er dringend gepoogd om de moderne tijd authenticiteit te verlenen, om een nieuw landschap te creëren, gedacht vanuit de industrie in het tijdperk van mechanische reproductie. De technologieën die ons de gereedschappen voor het scheppen en beleven van cyberspace hebben gebracht, kunnen niet worden beschreven in een lineair machinemodel en dus wordt deze ruimte niet ervaren als een voortzetting van de cultuur van het beeld. De meeste aspecten van de natuur, zowel de biologische als de mechanische, worden tegenwoordig beschreven in mathematische termen.

Zo is een nieuw landschap gevormd. Dit nu is een landschap zonder grenzen of figuratieve elementen als bomen, stroompjes, wolken en een horizon. Het is een manifestatie van de 'stream of consciousness' en de 'monologue intérieur' van de literaire avant-garde – om zich verder naar buiten te richten, geleid door het onbewuste. Het cyberlandschap als metafoor is het samenkomen van informatie en beleving in een esthetische ervaring. Hoe we ons daarin bewegen, hangt mede af van wat we van dat landschap, en van onszelf, weten. Terwijl we aan het eind van de eeuw zoeken naar betekenis en identiteit, omvat dit landschap private en persoonlijke vertellingen die zijn gebaseerd op gedeelde en geaccumuleerde kennis.

Als het zelf en identiteit in nomadische zin niet worden bepaald door 'terra firma' (vaste gebieden – verwijzend naar gezag en macht die zich manifesteren in grondbezit) volgt daaruit dat 'zijn' op elke plaats kan zijn – en overal. De reiziger in het cyberlandschap beweegt zich door tijd en ruimte, kan zien en horen, anderen ontmoeten en gesprekken voeren, verder gaan, maar ook terugkeren naar de merktekens die hij heeft geplaatst en begraven.

Om werelden van immaterialiteit te overbruggen, is het noodzakelijk dat we ons kunnen oriënteren en onze positie kunnen bepalen.  Het raakpunt tussen realiteit en virtualiteit wordt zichtbaar waar de gebruiker beschikt over een consistente reeks gereedschappen waarmee hij de ervaring binnen beide paradigma's kan ontcijferen. In deze context is een begin gemaakt met het ontwerpen van typologie of duidelijke karakterisering van ruimten die elk betrekking hebben op een specifieke inhoud. De achterliggende gedachte is dat we hierbij kunnen leren van onze eigen wereld, waar de precognitieve middelen waarmee we ons over het terrein bewegen, afhankelijk zijn van waarneming en intuïtie, om de geo-historische inhoudslagen te onderzoeken. Veelgelaagde inhoud waar mensen uit het publiek doorheen reizen, stellen het individu in staat om gelijktijdig zowel een persoonlijke als een gemeenschappelijke ervaring te doen ontstaan. Dit is een technologie in ontwikkeling die is gebaseerd op het multidisciplinaire karakter van de nieuwe media. Hier strekt de interface zich uit tot ver voorbij het scherm om te bemiddelen tussen lagen van werkelijkheid, van het bekende naar het ongedachte. Cyberspace is een visie van een amorf landschap dat steeds opnieuw wordt gevormd in reactie op de steeds andere wijze waarop de erin gedeponeerde informatie wordt geformuleerd.

De strategie achter het ontwerpen van een 3-dimensionele real-time interactieve interface is het aan de orde stellen van de vraag wie cyberspace definieert. Politiek gesproken zijn hedendaagse kunstenaars allang gemarginaliseerd, ver van het centrum van maatschappelijke activiteit, verdreven door de dominantie van geldstromen van grote ondernemingen. Maar zelfs die grote ondernemingen krijgen nu te maken met de complexiteit van betekenisoverdracht in het virtuele, en zullen onvermijdelijk tot de conclusie komen dat kunstenaars en hun vertolkende gaven een essentieel onderdeel vormen van de virtuele communicatie. Binnen het metaforisch landschap ontvouwt zich een nieuwe artistiek uitdaging, die zich niet bezighoudt met een modernistische, aan zichzelf refererende strategie, maar die een multidisciplinaire aanpak propageert voor het bereikbaar maken van de virtuele ruimte als werk- en speelplaats.

Omdat de werkelijkheid niet kan worden vastgelegd, is het realisme dood. We bootsen de wereld niet na, we construeren versies van de wereld. Er is geen mimesis, alleen poiesis. Geen vastlegging. Alleen constructie. 7

De interface is een brug, de draad die een wandkleed weeft tussen perceptie en cognitie. In een van de uitgewisselde teksten heeft Stephen Perrella het erover dat het uitwisselen van werkelijkheden plaatsvindt tussen het 'venster'.  Hoewel hij duidelijk het probleem van schaal heeft opgelost zit ergens nog een 19de-eeuws slot dicht. Met behulp van analytisch reductionisme en het 'venster' is de toeschouwer buiten de ervaring gedrongen. De toeschouwer kan nooit meer zijn dan een voyeur op enige afstand van het moment, puzzelend met de stukken terwijl hij van buiten naar binnen kijkt. "De enige vragen zijn hoe sterk we het venster kunnen maken en welke metafoor het meest geschikt is voor dit uitwisselingspunt van werkelijkheden. Hoe beter het venster is, des te beter kunnen toegang krijgen tot de heroïsche proporties van deze extensie [?] en het zou het mooist zijn als de interface onmerkbaar was." 8  In letterlijke zin geeft deze uitspraak weer waarom ik mij thans toeleg op onderzoekingen naar nieuwe vormen van perceptuele ruimte. In een grootschalig, 360 graden panorama wordt beeld naadloos samengevoegd met thematische inhoud. De scalaire 3D-omgeving komt in plaats van het 19de-eeuwse 'venster' en verplaatst de toeschouwer/deelnemer naar binnen, vanwaar hij naar buiten kijkt. Dit veroorzaakt niet alleen een verschuiving in de omstandigheden van een referentiële context van werkelijkheid/cyberspace, maar maakt ook een doorzichtige stroom tussen beeld en inhoud mogelijk. De ervaring is abstract en geïnterconnecteerd, omdat niet de metafoor wordt onderzocht, maar eerder de middelen waarmee een eigen verhaal kan worden gemaakt. Een van de belangrijkste aspecten van deze vorm van virtuele ervaring is dat er geen technische heisa aan te pas komt. Ongehinderd kunnen we op onderzoek uit binnen een gemeenschap van mensen die een gesprek voeren dat gerelateerd is aan de narratieve inhoud die begraven ligt in het metaforisch landschap.

In deze begintijd valt het niet mee voor de uiteenlopende modellen voor het werken in cyberspace om een groot publiek te bereiken. Dat geldt met name voor methodieken die werken met complexe organische oppervlakken en niet-Euclidische structuren. Technische belemmeringen blijven hinderlijk, en potentiële gebruikers worstelen met de weinig consistente grafische omgevingen van de verschillende platformen. Dat heeft tot gevolg dat sterke en aanlokkelijke ideeën gewoonweg worden uitgerangeerd onder het virtuele mom van gebruikersvriendelijkheid. Zolang er geen erkend stelsel van waarden is toegekend aan esthetische ervaring en conceptuele integriteit, zullen op korte termijn de toeters en bellen van een interface het belangrijkste aspect blijven.

De eerste echte theatrale toepassing van de cyberschap/landschap metafoor is het project 'My Canada' van Immersion Studio, dat in augustus 1997 van start gaat in een historisch monument in Toronto.  Z13  'My Canada' is een real-time interactieve ervaring waarin het publiek haar eigen ontdekking van de Canadese identiteit en cultuur kan opstellen vanuit een nationaal, regionaal en lokaal perspectief, uitgedrukt in de thema's cultuur, culturele verscheidenheid, ecologie, geschiedenis en economie. De ervaring, waarin het publiek geheel opgaat, is een projectie op schermen van vijfenhalve meter diagonaal die in een halve cirkel om de toeschouwer heen staan waardoor deze door en in de inhoud kan 'vliegen'. Een unieke sfeer en omgeving worden gecreëerd door het combineren van databases van bestaande satellietbeelden en luchtfoto's met artistiek bewerkte achtergronden en modellen. De omgevingen die zo ontstaan, vormen esthetische, gefantaseerde composities van de wereld. Essentieel in deze productie is de non-lineaire aanpak: mensen uit het publiek kunnen hun eigen persoonlijke ervaring opstellen door tijdens de presentatie gebruik te maken van een intuïtieve interface. Dit wordt bereikt door gebruik te maken van een aantal 'satellietstations' die rond het theater zijn geplaatst: individuele inhoudelijke trajecten worden verkend door de bewegende beelden op het satellietscherm aan te raken. De deelnemer doolt door de dynamische beeldende ruimte en haalt digitaal opgeslagen informatie op – videoclips, archiefbeelden, tekst en animaties, geluiden, en live koppelingen naar het World Wide Web.

We kunnen het universum alleen begrijpen door het te simplificeren met ideeën over identiteit aan de hand van klassen, soorten en categorieën en door het opnieuw rangschikken van niet-identieke gebeurtenissen in een eindig systeem van gelijksoortigheden. Het ligt in de aard van het zijn dat niets zich ooit herhaalt, maar het ligt in de aard van het denken dat we gebeurtenissen alleen begrijpen door ons voor te stellen dat ze een bepaalde identiteit gemeen hebben. 9

De metaforische benadering van geheugen en ervaring is een uniek middel voor interactieve verkenningen. We zouden onze sporen terug kunnen volgen tot aan de oorsprong van het zetten van tekens in de pre-mechanische tijd, de tekens die onze voorouders achterlieten in de grotten van Lascaux, de eerste 'totale' kunst. Als we dan even snel vooruit spoelen naar de instinctieve beeldentaal van de Imax-films, zien we dat de mensheid haar omzwervingen altijd heeft benaderd vanuit een subliem verlangen om het geheugen en de indirecte ervaring te ontdekken die liggen ingebed in de landschappen van het geheugen.

Het is een soort wildernis. En er komen maar twee soorten mensen terug uit de wildernis: profeten en dwazen.



1. Henry David Thoreau, Walden, 1854.
2. Walter Sickert – geciteerd uit The Life and Opinions of Walter Richard Sickert, Robert Emmons, London, 1941.
3. Niet helemaal een quote, maar het komt uit een essay met als titel Neo-Realism, gepubliceerd in Het New Age Journal en geschreven door Charles Ginner en dit wordt geciteerd door John Rothenstein, Modern English Painters, Volume One, MacDonald & Co, London, 1984 edition – p.126.
4. Renato Poggioli, 1962, in The Theory of the Avant-Garde, Harper & Row Publishers, U.S.A. 1971 edition, pp.139-140.
5. George Kubler, The Shape of Time, Yale University Press, U.S.A., 1962 p.17.
6. Opmerking van de auteur: The Wicked Witch of the West is de nemesis van Dorothy in The Wizard of Oz. Dorothy is de onschuldige, de zuivere, die terecht komt in een sprookjesland en een sprookjestijd ("een tijd 'in een tijd' een parallel universum, waar gebeurtenissen meer worden geordend volgens onze verlangens dan dat in deze wereld gebeurt," citaat Robert Scholes). De heks is een personificatie van de strijd tussen goed en kwaad; in Oz komen de goede heksen van het noorden en het zuiden en de slechte heksen uit het oosten en het westen. In 'onze wereld' wordt het westen ook gelijkgesteld met materialisme en in de Soefi mystiek met donker, immoreel, decadentie en ontbinding. Het Westen is 'waar' de zon onder gaat. Het dient te worden opgemerkt dat in het Oude Testament het kwaad uit het noorden komt. Wat kan ik zeggen, het is Hollywood en thuis is Kansas.
7. Robert Scholes, Structural Fabulation, University of Notre Dame Press, U.S.A., 1975.
8. Stephen Perrella schreef dit in een eerdere tekst van de discussie, die in deze publicatie niet meer aanwezig is.
9. George Kubler, The Shape of Time, Yale University Press, U.S.A., 1962 p.67

 

 

© 1997 Stacey Spiegel / V2_

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in