35
years
v2_
 

Interfacing Realities (Introductie)

Introductietekst van Stefan Münker voor de uitgave "Interfacing Realities," 1997.

Interfacing Realities (Introductie)

Interfacing Realities

Over verschillende werelden, verborgen dieptes, toppen van ijsbergen en hun verhouding tot het andere.

De teksten, statements, theses en beschouwingen in dit boek zijn een geredigeerde samenvatting van een discussie. Het is een samenvatting van een gesprek dat zo niet echt heeft plaats gevonden. Wij, V2_Organisatie, hadden een discussie bedacht, hadden iets anders gedacht dan er heeft plaatsgevonden. Eerst was er het idee. We wilden een boek maken, dat het gebruik van metaforen onderzoekt bij het bedenken en beschrijven van interfaces voor het Internet. Daarachter ging een simpele waarneming schuil, en een paar daaruit voortkomende vragen: de voortschrijdende verbreiding van digitale media en hun toenemende vervlechting, waarvoor het Internet inmiddels symbool staat, maakt ons sinds enige tijd getuige van het ontstaan van een nieuwe wereld.


Deze nieuwe wereld is uitsluitend uit elektronische informatie opgebouwd, één gigantische, steeds maar aanzwellende stroom van abstracte data; kortom, de wereld van cyberspace (en daar is de eerste metafoor al). De dynamiek, waarmee de expansie van cyberspace de omvorming van de (moderne) industriële samenlevingen in (postmoderne) informatiesamenlevingen voortstuwt, noodzaakt het denken over de verhouding tussen cyberspace en de rest van de wereld. De hoge abstractiegraad die het rijk van de pixels en bytes kenmerkt, geeft het verschil aan, dat de virtuele ruimte van de waarneembare werkelijkheid scheidt.


We overschrijden de afgrond, de kloof tussen de wereld van de binaire codes en onze analoge realiteit, over een brug van soft- en hardwaremodules, die als specifieke eigenschap hebben de digitale impulsen compatibel te maken met onze menselijke eisen. Mechanische in- en uitvoerapparatuur, grafische omgevingen, et cetera, die met hun Januskop zowel in de digitale als in de analoge wereld kunnen kijken. Hoe sneller cyberspace groeit en hoe belangrijker de wisselwerkingen worden tussen de virtuele en de materiële wereld, des te veelzeggender wordt ook de vraag naar het ontwerp van de mediale bemiddelaars tussen die werelden, de interfaces. Daarover gaat dit boek.


Ons project 'Interfacing Realities' had tussen de deelnemende auteurs een gesprek over het gebruik van metaforen bij het interface-design op gang moeten brengen. Het had opheldering moeten verschaffen over de keuze en de ontwikkeling van ruimtelijke metaforen, de onderliggende motivaties, keuzecriteria en hun (esthetische, politieke, functionele, et cetera) implicaties. De juiste plek voor zo'n gesprek over de virtuele ruimte, dachten wij, is die virtuele ruimte zelf. En dus nodigden we de auteurs uit voor een discussie die zich in eerste instantie zou ontvouwen via het Internet, door middel van het uitwisselen van e-mails.


Deze discussie heeft, zoals gezegd, nooit in die vorm plaatsgevonden, ondanks het grote aantal voorlopige teksten dat heen en weer over het Net zwierf, waarvan de definitieve versies nu in dit boek met elkaar worden geconfronteerd. Te naïef hebben wij, de initiatiefnemers, erop vertrouwd dat uit de elektronische uitwisseling van de verschillende ideeën vanzelf rond thema's gecentreerde discussies zouden ontstaan. Te naïef, omdat wij niet voorzien hebben hoeveel ruimtes zich gedurende het project zouden openen en hoe verschillend de afzonderlijke auteurs deze ruimtes in kaart zouden brengen en met hun gedachten zouden vormgeven.


'Interfacing Realities': die term wekt op z'n minst de verwachting dat er meer dan één werkelijkheid is, opdat het proces van interfacing een plek heeft waar het zich kan afspelen. Maar laat de werkelijkheid zich zo eenvoudig verdubbelen? Is het niet zo dat er toch maar één werkelijkheid bestaat, waarbinnen de verschillende (sociale, technische, wetenschappelijke, artistieke, et cetera) werelden elkaar ontmoeten? Of één wereld, waarbinnen meerdere werkelijkheden tegenover elkaar staan?


Het terminologische onderscheid geeft het al aan: 'Interfacing Realities' betekent ook altijd 'Questioning Reality'. Elke nieuwe wereld is altijd een wereld van nieuwe mogelijkheden. Een goede interface vergemakkelijkt misschien de toegang tot onbekende dimensies van het mogelijke. De reikwijdte wordt echter bepaald door de interne parameters van de betreffende wereld. In ons geval komen de aanzienlijke verschillen tussen de afzonderlijke teksten in de omgang met ons thema mede voort uit de verschillende werelden waarin onze auteurs leven en werken.


Op zoek naar een geschikte manier om de botsing tussen de verschillende werelden van de deelnemers aan onze virtuele discussie weer te geven in een zo traditioneel medium als het boek, stootten we op een van de oudste interfaces die we kennen: het boek zelf. De lezer is de virtuele reiziger par excellence; elk boek dat hij in z'n handen houdt, opent deuren voor hem naar vreemde werelden, onbekende ruimtes en nieuwe dimensies.


Met de interface boek als het snijpunt tussen de wereld van de auteur en die van zijn lezer gaan wij gewoonlijk zo probleemloos om dat we niet eens merken dat het een interface is. De reden daarvoor is simpel: het boek is een 'volwassen' medium en wij zijn voldoende in staat om het vanzelfsprekend te gebruiken. In het geval van de nieuwe media ligt dit anders. Ze heten niet alleen nieuw, ze zijn het ook.


Daarom spreekt uit onze vragende, zoekende benadering nog altijd een lichte verwarring. De omgang met de elektronische media en hun digitale technologieën confronteert ons met het onbekende. Daarin ligt ook een gedeelte van de fascinatie. Dat is het ene. Daarnaast ligt er het feit dat wij in de omgang met het onbekende altijd weer gebruikmaken van een beproefde techniek. Wij geven het namen, gieten het in beelden die ons wat onbekend is aan het onbekende vertrouwder doen voorkomen dan het werkelijk is. Het teruggrijpen op vertrouwde beelden zet de poort open naar een metaforische denktrant.


Metaforen zijn (een bepaalde vorm van) vergelijkingen. Ze tonen ons iets als iets anders: een mens als engel bijvoorbeeld, of ook een Internetknooppunt als stad. Natuurlijk bevinden we ons al in een metaforische wereld van taal als we van virtuele 'ruimtes' spreken (bijvoorbeeld met de term 'cyberspace', die immers niet toevallig aan de literaire verbeeldingskracht van een schrijver is ontsprongen). Het is tenslotte een kenmerk van 'computergegenereerde werkelijkheden' dat ze zich niet zomaar in het coördinatenstelsel van ons normale ruimte-tijd-continuüm laten plaatsen.


Als we nu enerzijds, juist gezien hun hoge abstractiegraad, het teruggrijpen op metaforische beelden nodig schijnen te hebben om in de onbekende en nieuwe dimensies van digitale werelden überhaupt onze weg te vinden, dan brengt hun beeldende beschrijving anderzijds weer heel eigen risico's met zich mee. Een van deze risico's schuilt juist in de vanzelfsprekendheid waarmee wij bepaalde, op het eerste gezicht even plausibele als onverdachte, taalbeelden gebruiken die de nieuwe digitale technologie toegankelijker moeten maken.


De schijnbaar geheel onproblematische manier waarop wij met elkaar kunnen communiceren over bijvoorbeeld onze navigaties door de elektronische ruimte, verleidt ons al snel tot de veronderstelling dat we het ook eens zijn zouden zijn over de betekenis van begrippen als 'elektronische ruimte', 'navigatie', 'surfen', 'cyberspace', et cetera. In werkelijkheid echter is deze overeenstemming vaak alleen oppervlakkig, en al een eerste stap buiten het te vanzelfsprekende gebruik van de schijnbaar onschuldige metaforen opent het uitzicht op dikwijls irriterende dieptes vol fundamentele verschillen in de 'eigenlijke' betekenis, die we ze toeschrijven.


Men kan het ook anders zeggen: metaforen zijn vaak als ijsbergen. De schijnbare overeenstemming die wij uit het gebruik van deze metaforen afleiden, betreft alleen de zichtbare toppen van deze ijsbergen. Bij kritische bestudering verschijnen er barsten in de illusie van vertrouwdheid. Dan botsen de onder de oppervlakte liggende legendes waarmee we vanuit de meest uiteenlopende invalshoeken de beelden verklaren. Deze botsing van de verschillen bleek in ons geval uit het feit dat in de feedback van de auteurs een gemeenschappelijk vertrekpunt vaak nauwelijks meer herkenbaar was, ondanks de aan iedereen eender beschreven probleemstelling.


In plaats van één ruimte voor een gemeenschappelijke discussie zijn er door het openbreken van de beelden een groot aantal mogelijke invalshoeken geopenbaard. Dat kan echter, hopen wij, een uitgangspunt bieden voor een kritische discussie over het klakkeloos gebruik van steeds dezelfde beelden, en zo bijdragen tot de noodzakelijke verheldering van de nog vage terminologie.


Als we tegen de grenzen van de ons bekende manieren van ervaren en waarnemen aan lopen, kunnen we niet zonder figuurlijk beeldend taalgebruik, en dus ook niet zonder metaforen. De virtuele wereld van de elektronische media opent zonder twijfel dimensies die buiten deze grenzen liggen. De manier waarop wij deze dimensies beschrijven, bepaalt mede hoe we met ze leren omgaan.


Een onbevangen omgang met het tot nu toe nog onbekende, nieuwe potentieel aan ervaringen dat de digitale technologie binnen het bereik van z'n gebruikers brengt, vraagt om een vocabulaire dat het anders-zijn van dit ervaringspotentieel niet meteen toedekt door het alleen maar te koppelen aan oude, bekende ervaringen. Het vraagt om een niet-afsluitend vocabulaire. Aan dit streven moeten ook de metaforen voldoen waarmee we de bruggen tussen de werelden beschrijven: ze moeten toegankelijk zijn voor het verschil, voor het andere, het nieuwe.


Bij alle verschillen in stellingname die de hierna volgende teksten van elkaar onderscheiden, blijft hun gemeenschappelijke noemer het streven naar een experimentele, onbevangen omgang met de nieuwe, onbekende dimensies van de zelf-ervaring en de waarneming door de elektronische media. Dat de discussie die wij hebben geëntameerd zich niet heeft vertaald in de vorm die ons voor ogen stond, heeft verrassenderwijs geleid tot een vorm voor dit boek waarin alsnog het experimentele karakter van dit project tot uitdrukking komt. En dat is uiteindelijk misschien meer dan we in het begin mochten verwachten.

 

© 1997 Stefan Münker / V2_

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in