35
years
v2_
 

Kunst heeft het vermogen de planeet je woonkamer in te loodsen

Column van Ruben Jacobs, 27 april 2020

Download PDF

Heeft iemand ooit de zeespiegel zien stijgen? Of gezien waar je uitwerpselen naar toe gaan als je de WC doortrekt? Of CO2 in de lucht? Of diersoorten zien uitsterven? En hoe zit het met de planeet als geheel? Heeft iemand deze ooit met het blote ogen gezien?

Wat dat laatste betreft is er slechts één beroepsgroep die daar ja op kan zeggen: de astronaut. Voor de rest van ons, gronden plaatsgebonden wezens, is en blijft onze planeet in zijn geheel, een abstractie; enkel door gemaakte beelden en via onze verbeelding kan deze worden opgeroepen en worden gecommuniceerd. De astronauten die het voorrecht hebben gehad de planeet vanuit de ruimte te kunnen aanschouwen, rapporteren bij terugkomst allemaal een soortgelijke belichaamde ervaring. Het ‘overview effect’ wordt het ook wel genoemd. Het heeft vaak een blijvend effect op hun (ecologische) bewustzijn.

“We are neural beings. Our brains take their input from the rest of our bodies. The mind is inherently embodied [...] We cannot think just anything – only what our embodied brains permit”, schrijven George Lakoff en Mark Johnson in hun boek Philosophy In the Flesh (1999). Nu we in onze huizen zitten opgesloten en grotendeels online leven, voelen we de onrust in onze lijven. Opeens is er een stuk minder belichaamde interactie met de wereld om ons heen. We zijn grotendeels fysiek afgesneden van de ander en de buitenwereld.

Eigenlijk waren we dit in zekere zin al veel langer. De (westerse) geschiedenis is, zo redeneert Peter Sloterdijk in zijn ‘Sferentrilogie’, een geschiedenis van steeds verdergaande immunisering tegen de grillige en onherbergzame buitenwereld (lees: natuur). Sferenexpansie noemt hij dit. Het is het proces van zowel cultureel als fysiek omvormen van de buitenwereld naar een veilige binnenwereld. Hutten, dorpen, steden, naties en metropolen, de (technologische) sferen werden steeds groter. Langzaam wordt geprobeerd de hele aarde in de binnenwereld op te nemen. Globalisering zou je het ook wel kunnen noemen.

Dit historische westerse project van de hele aarde omvormen tot een binnenwereld is imposant, maar niet zonder problemen. De buitenwereld blijkt toch moeilijker te temmen dan gedacht. De velen feedback loops en ecologische gevolgen en gevaren die we nu ervaren – zoals klimaatverandering, verzuring van de oceanen, luchtverontreiniging, radioactiviteit en de proliferatie van pathogene virussen – zijn veelal het onbedoelde bijeffect van deze sferenexpansie.

Totaal-immuniteit nastreven door de menselijke leefsfeer alsmaar te vergroten, blijkt in toenemende mate een gevaarlijke ambitie. Een die volgens ecologen er ook voor heeft gezorgd dat onze binnenwereld nu weer (tijdelijk) is teruggebracht tot een aantal tientallen vierkante meters. Onze mondiaal uitdijende netwerkstructuren blijken uitermate geschikt voor een virus om zich te verspreiden en te vermenigvuldigen.

Maar waar het virus ons kristalpaleis de Sloterdijkiaanse metafoor voor onze globalisering – in rap tempo op non-actief kreeg, zijn wij daarentegen tot op de dag van vandaag uitermate bedreven gebleken in het grotendeels negeren en buiten de deur houden van die andere nog veel grotere ramp: de eco-crisis. 

De redenen hiervoor zijn complex en meervoudig, maar een belangrijk aspect lijkt mij de abstracte aard van de eco-crisis. Veel van de ecologische problemen waar we in de eenentwintigste eeuw mee worden geconfronteerd zijn namelijk voor de meesten van ons nog steeds ver weg in ruimte en tijd, niet goed direct zichtbaar, langzaam van aard en onzeker in uitkomst. We horen erover in het nieuws of lezen erover op het internet. We zien grafieken, cijfers en onheilspellende rapporten, maar onze lichamen krijgen nog te weinig input. De zintuigelijke ervaring ontbreekt veelal. We weten het, maar voelen het niet echt, zou je kunnen zeggen.

Mede door de verstening van onze leefwereld zijn veel mensen in de loop van de twintigste eeuw visueel, maar ook mentaal, afgesneden geraakt van de natuurlijke wereld. We zijn massaal in urbane technotopen gaan leven, plekken die ons modernistisch denken in tegenstellingen (natuur/cultuur, object/subject) alleen maar hebben versterkt.

Daar komt nog bij dat onze hedendaagse kapitalistische cultuur grotendeels is afgestemd op het creëren van verlangens en behoeften die in tegenspraak zijn met het leefbaar houden van onze leefomgeving. De eco-crisis is dus ook een crisis van de verbeelding.

In mijn boek ‘Artonauten. Op expeditie in het Antropoceen’ heb ik een poging gewaagd om te beschrijven hoe kunstenaars, door middel van technologie en wetenschap, de nieuwe ecologische realiteit waar we met z’n allen in terecht zijn gekomen zintuigelijk onderzoeken. Ik noem deze figuren artonauten, omdat ze in de traditie staan van de nauten die in de loop van de negentiende en twintigste eeuw de aarde vanuit diverse perspectieven hebben verkend, net zoals astronauten. De artonauten doen dit ook, maar dan met verbeelding. Hun focus is ook ietwat verlegt: het gaat niet alleen om het fysieke verkennen van de aarde, maar ook om onze veranderende verhouding daartoe.

Wat deze artonauten nog meer verbindt is de manier waarop ze wetenschap en techniek inzetten om onze veranderende relatie met de natuur te onderzoeken. Niet als middel om deze mee te temmen of te omzeilen, maar juist als instrument om zintuigelijk (en dus ook mentaal) dichterbij te komen. Zo probeert de Goatman met behulp van biomechanica, prothesetechnieken en de aloude sjamaantechniek van het nabootsen dichter bij de ervaringswereld van een geit te komen en de componist John Luther Adams door seismografische data om te zetten in tonen die het aardoppervlak van Alaska tot leven brengen.

Dit is volgens mij de paradox die deze artonauten blootleggen: dat technologie ons op een gevaarlijke wijze heeft vervreemd van de biosfeer, maar tegelijk ook een belangrijk ingrediënt is om ons er opnieuw mee te verbinden. Het gaat uiteindelijk dan niet om wel of geen technologie, maar wat voor en op welke manier.

Ps. Nu we massaal in quarantaine zitten, raad ik iedereen aan om op de grond van je kamer of slaapkamer te gaan liggen en het hiernavolgende muzikale stuk van John Luther Adams aan te zetten. Het heet Become ocean en is een poging om de oceaan je woonkamer in te loodsen. Naar mijn idee is hij hier aardig in geslaagd.

Ruben Jacobs, 27 April 2020

Foto credits: 
The Other Volcano by Nelly Ben Hayoun – September 2010 Austin Houldsworth: Explosive designer Nick Ballon: Photography with advices from Dr. Carina Fearnley, Aberthswyth University: Volcanologist

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in