35
years
v2_
 

Non-locaties/gebeurtenis: in aanbouw

Tekstfragmenten van Knowbotic Research, voor de uitgave 'Interfacing Realities', 1997.

Non-locaties/gebeurtenis: in aanbouw

Interfacing Realities

Knowbotic Research wijst erop dat z'n teksten niet dienen te worden opgevat als definities. De tekstfragmenten vormen net als de projecten van Knowbotic Research eerder een manier van continu vragen stellen, destabiliseren, openbreken en verdichten, zonder antwoorden te geven. Knowbotic Research houdt zich in z'n projecten niet bezig met op tekst gebaseerde werkelijkheden, en kan dus over de voorwaarden en kwaliteiten slechts vermoedens formuleren.

 

NON-LOCATIES


NL-1       Non-locaties zijn een gelijkwaardig deel van urbane werkelijkheden. Non-locaties zijn doorsneden, samenvoegingen van veelgelaagde gebeurtenissen in de fysieke en elektronische ruimte. Non-locaties zijn niet-homogeen, brokkelig, incompleet en tegelijk doorlopend, gesloten en vloeiend. Zij verstrengelen het urbane met het machinale.  S15 


NL-2       Non-locaties kunnen echter niet aan het oppervlak worden weergegeven, noch letterlijk, noch figuurlijk. Ze zijn vluchtig en kunnen zich alleen ontwikkelen omdat bepaalde vormen van agents1 en samenwerkingen met verschillende werkelijkheden daar kunnen plaatsvinden (Interfacing Realities).


NL-3       In non-locaties gaan er voortdurend gecomprimeerde, versnipperde, granulaire en zichzelf vernietigende hoeveelheden informatie en data heen en weer. Ze worden door afzonderlijke, individuele 'gebruikers' gemodificeerd en bewerkt. Uit deze samenwerking van sociale en technologische structuren ontstaat een hybride gebeurtenis. Deze heeft geen aanwijsbare plaats en een zakelijke opsomming van de mogelijkheden doet geen recht aan de complexiteit ervan. Men ziet zich gesteld tegenover het onbeschrijfbare.


NL-4       In de architectuur is er ook altijd de confrontatie met het onbeschrijfbare geweest. De bouwbaarheid van het (fysiek) onbouwbare of de mogelijke 'aanwezigheid van het afwezige' in architectonische objecten zijn bijvoorbeeld verschillen die niet per se hoeven te worden opgelost of gedeconstrueerd om hanteerbaar te blijven. Het accepteren van tegenstellingen als de bouwbaarheid van het onbouwbare blijkt een veel constructievere houding. Het bevordert de roep om meer verschillen: bijvoorbeeld het opheffen van de 'scheiding tussen binnen en buiten' en het openen van de architectuur naar de gemediatiseerde ruimte van non-locaties. Er ontstaat "een ander soort gebeurtenis die zichzelf tussen het teken en het subject plaatst". 2 De velden van gebeurtenissen die mogelijk worden door het potentieel van computernetwerken hebben echter ten opzichte van de architectuur een voordeel: ze vallen samen met de gebeurtenis zelf.  P06  In de woorden van Isabelle Stengers: "Ze verklaren zich niet, maar stellen zich." 3


NL-5       Knowbotic Research poneert proefvelden, mogelijke op het handelen gerichte discussieregels om het fenomeen van de non-locaties te benaderen. Het veranderen en vermeerderen van posities, transversale mobiliteit door verschillende systemen en het vermogen schaalproblemen te negeren, zijn fundamentele verrichtingen die de gebruiker in non-locaties kan uitvoeren. Het invoeren van een metaforiek zou alleen maar leiden tot het gladstrijken van positief werkende verschillen. Het zou ook een illustrerend effect hebben, wat versluierend zou kunnen werken op de non-locaties en de daar optredende gebeurtenissen.  P10 


NL-6       Non-locaties kunnen het best worden vergeleken met de uitdijende urbane structuren van megapolen. Het begrip stad wordt hier echter niet als metafoor aangehaald om te kunnen omgaan met complexiteiten in de digitale ruimte. Non-locaties maken deel uit van de stad zelf. Zodoende is het urbane niet iets wat zich gescheiden voordoet in het reële en het virtuele, maar wat gestalte krijgt in de wisselwerking tussen technologisch ondersteunde systemen en niet-technologisch ondersteunde systemen.

 

TECH-NO-LOGICA


T-1       Het technologische is ontstaan uit de confrontatie tussen hetgeen de mens mogelijk acht en hetgeen machines hem als maakbaar aanbieden. De interface tussen het mogelijke (potentiële) en het maakbare (functionele) moet steeds opnieuw worden bepaald. Werkelijkheden zijn constructies die zich verstaan met het mogelijke en het maakbare. Technologie biedt extra mogelijkheden tot het articuleren van transversale concepten en werkelijksheids constructies.


T-2       Technologische modellen genereren (virtuele) fenomenen en maken deze ervaarbaar. Bijvoorbeeld: niet-lineariteit, multi-dimensionaliteit, acceleratie, compressie, gelaagdheid, poly-perspectiviteit, multi-functionaliteit – We hebben voor een dialoog met het virtuele echter bemiddelaars en interfaces nodig om het mogelijk te maken onze concepten over de werkelijkheid te variëren en complexe interacties te begrijpen.  K07 


T-3       Het technologische ondersteunt en forceert het subjectiverende onderhandelen en handelen binnen veelvoudige werkelijkheden. Dit 'andere onderhandelen' moet nader onderzocht worden, en niet het definiëren en het herontdekken van 'nieuwe', afgesloten vormen van realiteit. Bij 'Interfacing Realities' ligt voor Knowbotic Research de nadruk op INTERFACING en niet op REALITIES. De interface richt zich niet op de bemiddeling tussen werkelijkheden, maar is werkzaam in een veld van werkingen, waarin het menselijke en het machinale niet meer simpelweg te scheiden zijn.  P07 

 

INTERFACING REALITIES


IR-1       Het is niet zo dat er twee geïsoleerde werelden bestaan die maar in één, hooguit twee richtingen overbrugd, verbonden, vervlochten of aan elkaar gerelateerd kunnen worden. De activiteit van 'Interfacing Realities' laat zich dus ook niet lokaliseren. 'Interfacing Realities' zijn ketens van handelingen, die in gang worden gezet door een "mechanisme dat gebeurtenissen genereert", zoals Stephen Perrella in zijn bijdrage stelt (zie noot 8 op S28). Deze kracht, die gebeurtenissen doet ontstaan, doet zich alleen voor wanneer de werkelijke ruimte en de digitale ruimte zich tegelijk manifesteren en gelijkwaardig zijn. 'Interfacing' is echter geen homogeniserend proces om de specifieke onderdelen van het samenstelsel van reële-digitale ruimte te elimineren. De kwaliteiten van deze samenstellingen ontstaan juist door het op elkaar botsen van urbane velden (die hier staan voor verbrokkeld, onderbroken, incompleet) en technologische velden (gesloten, discreet).


IR-2       De interface is geen grens.  Z03  Het is een veld van fluctuerende activiteiten. Hier, in deze contextualisering, kunnen vluchtige kwaliteiten (verschillen) tussen het mogelijke en het maakbare zich ontwikkelen. Door het werken aan en in het verschil tussen het mogelijke en het maakbare ontstaat de speelruimte voor agents. De interface kan effect hebben als er geen spelletje wordt gespeeld met de illusie van het virtuele.


IR-3       Agents – technieken van 'Interfacing Realities' – zijn interventiemethoden. Knowbotic Research biedt in z'n projecten aanduidingen van realiteitsconstructies aan die uitnodigen tot interventies – maar die niet oproepen om een nieuwe wereld te construeren. De verwachting van onbekende, zich nog te openen werelden die alleen nog maar hoeven te worden ontdekt en, zij het metaforisch, te worden beschreven om voor iedereen toegankelijk te worden, is hier onterecht!

 

HET ANDERE


O-1       Knowbotic Research is erop tegen om het nieuwe, het onbekende, het verrassende uitsluitend in de digitale ruimte te situeren. 'Interfacing Realities' voltrekt zich in het treffen van het telkens weer onbekende en ongewone in zowel de reële wereld als de digitale ruimte.


O-2       Het ongrijpbare toont zich onder meer in het feit dat we moeten handelen terwijl onze bestaande handelingsmodellen ontoereikend zijn, in de omgang met complexiteiten, in het handelen in verspreide velden van gebeurtenissen, in de confrontatie met onduidelijke momenten die ontstaan in de vermenging van het actieve en het passieve, in het niet kunnen toepassen van empirische conventies.


O-3       We moeten de verschillen die bij de samenwerking tussen de echte en de virtuele wereld ontstaan een kans geven zich te ontwikkelen door ermee te werken. Als we deze verschillen met behulp van metaforen gladstrijken, breken we de mogelijkheden tot experimenteren af die het bestaan van deze non-locaties biedt.


O-4       Knowbotic Research wil zulke verschillen niet opheffen. In de projecten van Knowbotic Research wordt samengewerkt met apparatuur en gezocht naar algemene en open regels. Tegen de cybernetische principes in bepalen niet de waarden de variabelen, maar de regels zelf. Dat houdt het veld open voor het ongeplande en ongrijpbare dat vervolgens de mogelijkheid heeft om zich als gebeurtenis te ontplooien.

 

METAFOREN


M-1       Metaforen zijn literaire middelen die ons helpen bij het benaderen van het onbeschrijfbare.  P18  Als we ons onttrekken aan de taal en vasthouden aan het ervaarbare, moeten we een metaforiek ontwikkelen voor de genoemde structuren en dynamiek van het handelen. Maar handelingen zijn subjectieve activiteiten en daardoor niet communiceerbaar. De noodzaak van beschrijfbaarheid verandert in een vermogen tot gevoeligheid voor hetgeen zich voltrekt.


M-2       Het maken van metaforen kan niet effectief zijn voor het construeren van non-locaties. Als literaire techniek van het Gutenberg-universum kan het niet zonder meer getransformeerd worden naar de hybride omgeving van het Turing-universum.  S10  Want dit zou resulteren in de "homogenisering en standaardisatie van subjectiviteitsmodi" 4 die eerder van belang zijn voor degenen die overwegend economische interesse in het machinale veld hebben. Het ontwikkelen van allerlei patronen en modellen sluit het gebruik van het machinale (bijvoorbeeld het Internet) als experimenteerveld uit. Metaforen zouden daarom functioneel kunnen zijn omdat ze het ongrijpbare niet dynamiseren, maar eerder in begrippen stollen.

 

NETWERKEN


N-1       Computernetwerken zijn weliswaar regelsystemen, maar kunnen toch niet langer als volledig beheersbaar noch als geheel worden opgevat, omdat ze gebreken en (ver)storingen hebben geïntegreerd. Netwerkomgevingen bieden extra schakelingen en verbindingen die leiden tot relationele handelingsconcepten.


N-2       Het Internet is een transportmedium tussen de fysieke en de elektronische ruimte. Het formuleert om zo te zeggen een overeenkomst tussen mens en machine.  Z19  Handelingen zijn niet meer eenduidig als sociaal of technologisch te bestempelen. De positie van degene die handelt is niet die van toeschouwer van buitenaf, maar is die van deelnemer die zich in het systeem en z'n transversale structuren bevindt en die deel uitmaakt van de gebeurtenis. Deze interne positie biedt onheldere verbindingen tussen het mogelijke (menselijke) en het maakbare (machinale). Dit verwijst weliswaar naar het activeerbare potentieel, maar gaat niet uit van een gegeven situatie – de Situationistische taktiek van het slenteren en zwerven moet worden aangepast. Wat uit deze open situatie ontwikkeld zou moeten worden, zijn niet analytische beschrijvingsmodellen, maar mogelijkheden om door technologie ondersteunde handelingen (agencies) in non-locaties tot uitdrukking te laten komen.  S12  Operationeel en relationeel handelen vervangt in die zin de noodzaak van een metaforiek, omdat het een poging doet het nog onbeschrijfbare door ervaring op te lossen en individuele articulaties uitlokt die tussen de diverse regelsystemen van de technologie van positie kunnen veranderen.


N-3       Doortrokken van Intranetten en 'firewalls' (beveiligingsschermen) kan het Internet nauwelijks meer het hierboven beschreven potentieel realiseren. Er circuleren al te veel kopieën van het alledaagse op het Internet. Ze zijn het gevolg van veelvuldige metafoorvorming en de toepassing daarvan. Ze worden bovendien voorwerp van reflectie voor sociale en culturele theorieën die het Internet al als een afgesloten ontwikkeling bestempelen. Ze stellen het fenomeen 'wired communities' gelijk aan telecity's: naast de digitale steden vind je er virtuele musea, elektronische bibliotheken en digitale speeltuinen (dungeons). Ze dienen ertoe het Internet hermetisch af te sluiten.

 

IN AANBOUW


Door technologie ondersteunde omgevingen ontwikkelen een potentieel voor de realisering van openbare handelingsvelden (agencies) die 'in aanbouw' zijn. Dit begrip 'in aanbouw' is echter niet vergelijkbaar met het begrip zoals architecten het hanteren. De constructiegedachte leidt niet tot materiële constructies, maar tot immateriële interventies. 'In aanbouw' biedt aanknopingspunten voor datgene wat in het openbaar zou kunnen plaatsvinden maar wat niet-voorstelbaar is, in de betekenis van 'in een concept onder te brengen'. In het openbaar, omdat we het over een technologie hebben die een uitbreiding van openbare velden mogelijk maakt. En dan niet omdat zij als het ware virtuele werelden laat aansluiten op reële werelden, maar omdat de zogenaamde reële wereld met behulp van technologie gelaagd wordt.


"Je moet je vliegtuig dichter naar de rand van de kritische invalshoek vliegen dan de tegenstander (geschiedenis/kapitaal), zonder deze te overschrijden. Precies op de rand, in dezelfde wereld, strijdt de ene materialiteit tegen de andere, grenst de vrijheid direct aan de catastrofe, optimisme en gevaar: twee koppen van hetzelfde beest." (Sanford Kwinter) 5

 


1. Het Engelse woord 'agent' is niet vertaald. Het is binnen het Internet een begrip geworden met als betekenis 'iets (iemand) dat (die) voor mij iets doet'.

2. Peter Eisenmann, Aura und Exzess, Wien: Passagenverlag, 1995.

3. Isabelle Stengers, Du marriage des hétérogènes, 1994, in Chimères 8 (nr.21).

4. Nicolas Bourriaud, Le paradigme esthétique, in Ästhetik und Maschinismus, Texte zu und von Felix Guattari, Hg. Henning Schmidgen, Merve Verlag Berlin, 1995.

5. Sanford Kwinter, Flying the bullet - oder wann begann die Zukunft, Arch+,132/96.

 

 

© 1997 Knowbotic Research / V2_

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in