35
years
v2_
 

Onbegrensde mogelijkheden en het openbreken van technologie

Essay door Arie Altena, geschreven ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van V2_. Gepubliceerd in het boek 40 Years of V2_ (2022).

Al veertig jaar lang staat in de activiteiten van V2_ de koppeling kunst-technologie centraal, en wordt steeds opnieuw de vraag gesteld hoe technologie de kunst en de samenleving verandert. Dat was zo in de beginjaren, het geldt nog steeds. In die veertig jaar groeide V2_ uit van een kunstenaarsinitiatief in een kraakpand in Den Bosch tot een gerenommeerd ‘Lab voor de instabiele media’ in het centrum van Rotterdam. In 2000 liet het Boek voor de elektronische kunst aan de hand van de eerste (bijna) twintig jaar van V2_ zien hoe die ‘elektronische kunst’ uitgroeide tot een volwaardige kunstvorm. Tweeëntwintig jaar later roept dat vanzelf de vraag op waarin de hedendaagse praktijk van kunst en technologie verschilt van die van de elektronische kunst van 2000 of 1990, en vooral hoe die praktijk zich verhoudt tot de samenleving en de kwesties die daar spelen? Vragen waarop geen antwoord te geven valt zonder te benoemen hoe de samenleving in veertig jaar grondig is veranderd door de ontwikkeling van technologie.

1.

Laat ik beginnen met een plompverloren poging om de ‘structure of feeling’ te karakteriseren waarbinnen kunstenaars toen werkten, en de situatie waarin ze zich nu bevinden. In de periode 1980-2000 was de belofte van nieuwe technologie dominant. Er waren veel nieuwe technologieën: persoonlijke computers, internet, AI, VR, mobiele technologie, GPS, zelfrijdende auto’s, steeds kleinere chips, zelflerende systemen, robotica, tracking & tracing, virtueel geld, genetische manipulatie enzovoorts. Ze werden nog niet op grote schaal gebruikt, maar beloofden de samenleving diepgaand te veranderen. Dat was een belangrijke reden voor kunstenaars om zich ermee bezig te houden, ze wilden – enthousiast geworden – de nieuwe mogelijkheden verkennen, speels en kritisch. Na 2000 is er eigenlijk niet zoveel werkelijk nieuwe technologie meer. De wereld is sindsdien fundamenteel veranderd door het gebruik van nieuwe technologieën die verankerd werden in de maatschappelijke structuren en processen, en in het dagelijks gebruik vrijwel onzichtbaar werden. De uitdaging voor kunstenaars is om daarmee te ‘dealen’, op grote of kleine schaal. Tegelijk is pijnlijk duidelijk geworden dat de manier waarop we de wereld met technologische middelen hebben gevormd, de atmosferische omstandigheden waarvan de mens afhankelijk is, grote schade toebrengt, en de ongelijkheid tussen en uitbuiting van mensen heeft versterkt. De grote vraag is dan niet meer hoe we met techniek de wereld opnieuw kunnen uitvinden – wat het kernpunt van de elektronische kunst was. Dat hebben we al gedaan. De vraag is nu hoe de mens zich op een andere manier kan gaan verhouden tot alles waarmee hij verbonden is, inclusief alles wat in de moderne tijd werd onderverdeeld in gescheiden domeinen: natuur, cultuur, technologie, politiek, recht, geschiedenis, geologie, enzovoorts. Die vraag werpt in 2022 zijn schaduw over elke praktijk.

2.

In 2000 publiceerde V2_ het boek voor de elektronische kunst, dat een overzicht biedt van de eerste (bijna) twintig jaar bij V2_. Het biedt een staalkaart van de elektronische kunst tot 2000 en een plaatsbepaling ervan, met veel foto’s, een boeklang essay van Arjen Mulder en Maaike Post, en diepgravende interviews met onder andere Dick Raaijmakers en Woody Vasulka. De benadering is sterk mediatheoretisch, met veel aandacht voor communicatie en interactie, maar het hoofdthema is de transformatie door techniek. Techniek, zo stelt de inleiding, is ook een mentaliteit en creëert een eigen sociale omgeving. Wat bij herlezing in 2021 opvalt is de nadruk die het boek legt op de emancipatie van de technologie als zelfstandige actor in kunst en samenleving. Elektronische kunst laat namelijk, vaak op een uiterst fysieke manier, zien wat die handelende rol van de techniek is – iets waarvoor tot dan toe, zeker in de kunst, weinig aandacht was.

Dick Raaijmakers bijvoorbeeld maakte verschillende werken waarin hij de stem van de technologie aan het woord wilde laten komen. Raaijmakers’s Ideofonen zijn installaties waarin luidsprekers wordt kortgesloten op zichzelf om alleen het eigen geluid te laten horen. Intona (1991) was een performance, uitgevoerd bij V2_, waarin hij microfoons liet spreken en tot zwijgen bracht door ze met zuur te overgieten, onder te dompelen in kokend water, te doorboren enzovoorts. Stelarc liet technologie en menselijk lichaam versmelten – wat indertijd vooral in het kader van het dromen over cyborgs plaatsvond – en zijn sterk fysieke performances benadrukken de agency van de technologie. Seiko Mikami ontwikkelde meermaals interactieve installaties in samenwerking met V2_Lab, waarin, typerend voor die tijd, technologie de mens omhult. Ook Ulrike Gabriel’s werk met VR begint bij de interactie tussen technologie en de mens, en liet de bezoeker een technologische wereld ‘in’ stappen.

3.

Voor jonge kunstenaars was het werken met nieuwe technologie in die tijd een verademing. Er lag een wereld open waarin alles nog mogelijk was, er waren nog geen vaststaande patronen en manieren van werken, er was nog geen vocabulaire, en de technologieën waren nog niet ingebed in maatschappelijke structuren. In een interview uit 2017 verklaarde Alex Adriaansens, een van de oprichters van V2_ en tot zijn dood in 2018 directeur, dat de golf aan nieuwe technologie die in de jaren negentig losbarstte zorgde voor een gevoel van vrijheid en onbegrensde mogelijkheden in de kunst. Hij zei: ‘Ons interesseerde de open factor van technologie, de openheid en de instabiliteit. Hoe technologie de verhouding tussen mensen veranderde en ook productieprocessen. Technologie maakte alles instabiel.’ V2_ nodigt in die tijd niet alleen kunstenaars, maar ook wetenschappers en ingenieurs uit om na te denken over thema’s als de relatie tussen mens en machine, of kunst en de machine. Zij stellen zich nieuwe werelden voor en experimenteren bijvoorbeeld met netwerkcommunicatie, zoals Telenoia van Roy Ascott. Ze schetsen ook duisterder scenario’s: het thema van surveillance en de inperking van privacy door technologie duikt al begin jaren negentig op in de programma’s van V2_.

De technologisering van de maatschappij was natuurlijk al ingezet toen V2_ startte, maar de kunst die dat aan de orde stelde zat in een ver verborgen niche, en kon, een uitzondering daargelaten, niet rekenen op veel exposure. Het idee dat technologie zelf, met de software, de algoritmes en protocollen een doorslaggevende factor was voor hoe de maatschappij vorm kreeg, was een idee dat nog niet breed was doorgedrongen. De kunstenaars in dit veld waren juist wel met zulke vragen bezig – en om dat naar voren te brengen toonden zij juist machines met een eigen stem. Daar kwam bij dat de nieuwe computertechnologieën – over het algemeen, en ook in de kunst – nog omgeven waren met een utopisch gevoel dat er een betere, meer democratische samenleving in het verschiet zou kunnen liggen.

4.

Hoe V2_ zich ontwikkelt valt onder andere af te leiden uit de Dutch Electronic Art Festivals, kortweg DEAF, die vanaf 1994 worden georganiseerd. Het is de opvolger van de Manifestaties voor de Instabiele Media, waarvan de laatste, The Body in Ruin (1993), focuste op de effecten van technologie op het lichaam. In 1994 was het thema van DEAF Digital Nature, vertrekkend vanuit het idee dat in onze technologische wereld ook natuur kunstmatig geworden is. DEAF 1996 Digital Territories ging over de interactie tussen stad en computernetwerken als sociale, culturele, economische en politieke ruimte, aanknopend bij de exponentiële groei en de beloftes van het World Wide Web. In 2000 staan tijd en technologie centraal in Machine Times. In 2003 verkent DEAF de artistieke en politieke implicaties van het werken met  grote hoeveelheden digitale data. Interactiviteit is een terugkerend motief in de thema’s van de DEAFs, zoals expliciet benoemd in 2007 met Interact or Die! In de programma’s wordt vaak gezocht naar verbindingen met inzichten uit de biologie en het denken over evolutie. In 2012 wordt in The Power of Things ‘the causal power of nonliving matter’ belicht, sterk onder invloed van het ‘new materialism’. De laatste DEAF in 2014 heet The Progress Trap en geeft een uiterst kritische blik op het innovatiedenken en het aan technologie gekoppelde vooruitgangsgeloof dat dan het economische beleid domineert. De tentoonstelling onderzoekt hoe het voelt om gevangen te zitten in de onaflaatbare jacht op vooruitgang, en hoe daaraan te ontsnappen.

Als je het V2_archief doorneemt op thema’s als immersieve omgevingen of ecologie, zie je overigens een opmerkelijke continuïteit. Een thema waarvan je verwacht dat het pas na 2010 sterk zal opduiken, zoals ecologie, blijkt juist ook al begin jaren negentig een rol te spelen, bijvoorbeeld in de aandacht voor de biologische aspecten van interactie, of in de aandacht voor technologisering van de natuur. De creatie van immersieve omgevingen loopt als een rode draad door de geschiedenis van V2_, van de interactieve installaties uit de beginjaren, via exploratie van VR midden jaren negentig en de experimentele multi-user 3D-omgevingen, tot aan Marnix de Nijs’ Ghosted Views uit 2018. Die thematische continuïteit verhult dat de benadering en de artistieke, technologische en maatschappelijke positionering door de jaren heen verschilt.

5.

In het eerste decennium van de 21ste eeuw lag de focus van V2_ nog altijd sterk de technologie zelf. De onderzoekslijnen, programma’s, de events, en de DEAFs staan in het teken van bijvoorbeeld het creëeren van immersieve omgevingen, het werken met data en databases, en de artistieke verkenning van Augmented Reality, draagbare technologie (zoals Pseudomorphs (2010) van Anouk Wipprecht), en ook biotechnologie. In de exploratie van die technologie is ook aandacht voor maatschappelijke aspecten. Wat betekent de toepassing van deze technologie in de maatschappij? Hoe werkt dat uit op menselijk gedrag, hoe zullen we veranderen? Maar de technologie is startpunt en uitgangspunt. Een goed voorbeeld hiervan vormen de interactieve installaties van de Rotterdamse kunstenaar Marnix de Nijs, waarvoor hij in samenwerking met V2_ zelf soft- en hardware ontwikkelt. Physiognomic Scrutinizer (2009-2010) bijvoorbeeld gebruikt biometrische software om het gezicht van de bezoeker te matchen met een database van beroemde en beruchte personen, als een humoristische maar niet minder confronterende herinnering aan de impact van de implementatie van biometrie. Hoewel experimenten van kunstenaars met netwerktechnologie en 3D-omgevingen hebben bijgedragen aan het ‘laten landen’ van nieuwe technologie bij gewone burgers – een bijdrage aan de inburgering van de nieuwe technologie – was dat zelden het uitgangspunt of het doel van de projecten. Vervreemden (in de zin van ‘ostranenie’), verstoren, vragen stellen, provoceren, en kritiek leveren was in de artistieke exploratie op z’n minst op de achtergrond aanwezig, als het niet de kern ervan vormde.

6.

In de loop van de 21ste eeuw wordt de focus op technologie losgelaten te gunste van een benadering die begint bij maatschappelijke issues. In 2013 ondersteunt V2_ de ontwikkeling van 75 Watt (2013) van Tuur van Balen en Revital Cohen, een werk over de geopolitieke context van gefragmenteerde industriële arbeid – vooral met betrekking tot massafabricage van elektronica – en de biopolitieke conditie van het menselijk lichaam aan de lopende band. Het werk wordt gepresenteerd op de tentoonstelling bij The Progress Trap. V2_ coproduceert ook Melle Smets’ en Joost van Onna’s The Turtle (2014), dat de economische en ecologische context van het innovatiediscours op scherp stelt. Zij volgen het spoor van de export van autowrakken naar Ghana, en maakten daar met hulp van lokale automonteurs uit gerecycleerde westerse materialen een auto die zij terugimporteerden naar Europa. In dezelfde periode ondersteunt V2_ Renzo Martens’ Institute for Human Activities. Martens, die op een controversieële manier hedendaags kolonialisme aankaart, exposeert chocolade beelden bij V2_, een werk waarvoor V2_ ook technische en productionele ondersteuning verleent. Iron Ring (2013) van Cecilia Jonsson – voortkomend uit de talentontwikkeling bij V2_, is de neerslag van een onderzoek naar de mogelijkheid om een ring te smeden van ijzererts gewonnen uit gras dat groeit op een zwaar vervuilde bodem. Zij laat de bezoeker op een andere manier kijken naar ideeën over technologische progressie, cicrulariteit en de beloftes van allerlei groene innovaties en bestrijding van vervuiling. Ook een project als het crowd-sourcen van een Critical AI Manifesto (2020) is niet gericht op het laten zien wat de mooie toekomst is die in het verschiet ligt door de toepassing van machine learning, maar op het tonen wat de tekortkomingen zijn van zo’n opvatting.

7.

In de grote tentoonstellingen die tussen 2016 en 2021 bij V2_ te zien zijn, en die alle focussen op de effecten van data, wordt de politieke ondertoon steeds sterker. Onderdeel van Data in the 21st Century is bijvoorbeeld het door V2_ gecoproduceerde project Opening the Books (2016) van Informal Strategies (Geert van Mil en Doris Denekamp). Zij bestelden politiek-activitistische boeken bij Amazon die zij retourneerden met daarbij een poster met een politieke boodschap uit het boek in kwestie, zodoende boodschappen over arbeidsrechten verspreidend onder medewerkers van Amazon waar Amazon dit strikt verbood. The Gig is Up (2017) was een kritiek op het platformkapitalisme en de gig-economie, terwijl To Mind is to Care (2020)net als het gelijknamige boek van V2_ – de aandacht vestigt op het belang van zorgdragen-voor in verschillende domeinen. Hoe technische systemen concepten van rechtvaardigheid en gelijkheid vastleggen, wat het real-world effect daarvan is – ongelijke behandeling en racisme – was in 2021 het thema van de tentoonstelling Reasonable Doubt. Lopende projecten en toekomstige samenwerkingen zoals met Mimi Onuoha rondom algoritmisch geweld en de Kameroenese filosoof Achille Mbembe die werkt aan een ‘Library of the Incalculables’, zullen deze lijn in 2022 en 2023 voortzetten.

8.

De grotere nadruk op de politieke en maatschappelijke effecten van technologie wil niet zeggen dat de verwondering over wat technologie vermag verdwenen zou zijn. De verwondering is te zien in bijvoorbeeld Camera Lucida (2007) van Evelina Domnitch en Dmitry Gelfand en de zeepfilm-installatie Solace (2011) van Nicky Assmann. Een kritische nieuwsgierigheid is te vinden in projecten die dichter bij biotechnologie liggen, zoals de projecten in samenwerking met de art-science groep SymbioticA en The Center for Genomic Gastronomy, zoals in de Test_Lab Art Meat Flesh (2013) dat keek naar feit en fictie rondom geavanceerde voedseltechnologie. Verwondering en kritische nieuwsgierigheid staan ook aan de basis van het werk van Driessens en Verstappen, zoals Pareidolia (2020), waarin AI leert om gezichten te herkennen in zandkorrels. Makers worden nog altijd gemotiveerd door een enthousiasme over wat je met technologie kunt doen, en door de impuls om iets te maken dat een verandering teweeg brengt bij iemand, een gevoel opwekt, tot actie aanzet, of vragen opwerkt die tot nadenken stemmen. Dat is altijd maatschappelijk ingebed – wat voor verandering? wat voor gevoel? welke acties, welke vragen?

9.

De verschuiving die heeft plaatsgevonden is die van enthousiasme over mogelijkheden van nieuwe technologieën, naar het enthousiasme over het openbreken van technologieën die zijn ingebed in de samenleving om de alternatieve sluipweggetjes te ontdekken en onbenutte mogelijkheden te verkennen, met onverwachte uitkomsten. Steeds kan opnieuw ontdekt worden dat technologie ingezet kan worden voor heel andere functies dan die waarvoor ze gemaakt is, de ene keer is de uitkomst daarvan schoonheid en verwondering, vaker worden daarmee fundamentele issues aan de orde gesteld. Lag ooit ‘de technologie open’ voor de kunstenaar, nu overheerst het idee dat technologie een black box is, die je moet openbreken, zodat je ziet hoe technologie werkt, en dat het ook maar een assemblage is. De onderdelen kunnen ook anders geassembleerd worden, anders geprogrammeerd, of voor andere doeleinden toegepast. Maar wie dat wil doen stuit op allerlei kwesties die te maken hebben met ingesleten gewoontes van mensen, geaccepteerde defaults die politieke en juridische uitwerkingen hebben.

10.

V2_ vestigt in 2022 nog steeds de aandacht op de reeële effecten van techniek op de wereld en de mens. In zekere zin deden Reasonable Doubt of Data in the 21st Century ook niets anders dan wat V2_ dertig of veertig jaar eerder deed. Alleen gaat het tegenwoordig zelden nog om een vrolijke of provocatieve viering van de mogelijkheden van technologie, maar ligt de nadruk op het aan de kaak stellen van uitwassen en ongewenste effecten.

In 2000 noemt het Boek voor de elektronische kunst de termen machine, media, kunst, interface, netwerk om het veld van de elektronische kunst te karakteriseren. Meer dan twintig jaar later zou je misschien beter af zijn met bijvoorbeeld algoritme, politiek, ecologie, relatie en verstrengeling. Dominant is niet meer het verkennen van de mens-machine interactie en het experimenteren met nieuwe technologie, maar het onderzoek van de sociale en ecologische repercussies van technologieën en hun impact op het dagelijks leven in een wereld die klem zit. Het belang van experiment is daarom misschien nog wel groter dan 25 jaar geleden, er is meer dan ooit behoefte aan radicaal andere visies, een activering van het voorstellingsvermogen, aan vernieuwing van ideeën en relaties.

Disruptie veroorzaken was zoals we nu weten, altijd het geloofsartikel van de innovaties uit ‘Silicon Valley’. Misschien dat de elektronische kunst ooit meeging in de rush van technologie die disruptie en instabiliteit veroorzaakte. Nu focust de technologische kunst eerder op de ongewenste effecten ervan, de uitsluitingen, de schade, de pijn die het veroorzaakt. Kunstenaars in het domein van kunst en technologie voelen ze zich door de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen uitgedaagd om consequenties te onderzoeken, om alternatieven te presenteren en handelingsvermogen in het technologisch domein terug te winnen. Net als dertig of veertig jaar geleden stelt V2_ serieuze vragen over de impact van technologie. Het is noodzakelijker dan ooit om daarover na te denken, omdat onze levens meer dan ooit verstrengeld zijn met technologie.

Arie Altena, december 2021
Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in