35
years
v2_
 

Arie Altena about Archiving

Roosje Klap and Arie Altena were interviewed in August 2020 by Twan Eikelenboom to share their thoughts on archiving.

Taken from (Dutch): https://sectorcollecties.hetnieuweinstituut.nl/achtergrond/de-meerwaarde-van-archiveren-de-praktijk

Een archief bijhouden is veel meer dan het passief bewaren van een eindresultaat. Een belangrijke meerwaarde voor ontwerpers en digitale cultuurmakers om zelf een archief te starten, is juist dat het een eigen praktijk of discipline vooruit kan brengen. Denk aan het vinden van inspiratie en verdieping in het archief van een ander, of de mogelijkheid om decennia later te reflecteren en voort te bouwen op de historie en context van de eigen organisatie of praktijk.
 

Voor ontwerpers en makers die zelf een archief willen starten of benieuwd zijn hoe archieven inspiratie kunnen bieden voor nieuw werk, reflecteren Arie Altena, redacteur en onderzoeker bij V2_ Lab voor de instabiele media, en Roosje Klap, co-hoofd van de afdeling Grafisch Ontwerpen (BA) en Non Linear Narrative (MA) van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK), en eigenaar van haar eigen design studio ARK (Atelier Roosje Klap), op de rol van archivering in hun eigen praktijk en organisatie – en ze delen handvatten voor het opzetten van een eigen archief.

De eerste stap voorwaarts, begint bij het verleden

Klap: “Als ik kijk naar mijn eigen mechanismen en werkprocessen, dan start ik nieuwe projecten vaak met een onderzoek naar antecedenten in het verleden. Wat maakte een bepaalde architect of ontwerper, maar vooral: waarom? Zo onderzocht ik voor een opdracht van het Kunstmuseum Den Haag het archief van de Wiener Werkstätte, dat is ondergebracht bij het MAK in Wenen. Zij werkten aan de hand van stevige dogma’s en creëerden zo de voor hen zo typische stijlkenmerken. Ik was benieuwd naar het proces dat tot die filosofieën heeft geleid. Hoe hebben zij bepaald wat mag, hoe het eruit mocht zien of juist niet? Een ander voorbeeld dat inzicht geeft in een proces zijn de brieven die de leden van De Stijl naar elkaar schreven. In die brieven werden soms stevige verhitte verwijten gemaakt – wat bijna haaks staat op het zo keurige lijnenspel van het collectief. Mondriaan zegde zijn lidmaatschap aan De Stijl per brief op: ‘Het is uit! Schizofreen!’, schreef hij aan Van Doesburg. Inzicht in het proces en de context waarin een stijl is ontstaan, biedt inspiratie voor mijn eigen praktijk. Door de slag te maken naar het moderne, het digitale, en het toevoegen van eigen letter- en kleurgebruik, bouw ik vervolgens door op een traditie.”

“De studenten van de KABK proberen wij ook de meerwaarde van archiefonderzoek voor de ontwikkeling van de eigen praktijk bij te brengen. Vanuit de KABK doen we bijvoorbeeld excursies naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag om studenten archiefonderzoek bij te brengen door ze het aan te reiken, maar zelf hebben we ook een hele bijzondere bibliotheek in huis. Een ander voorbeeld: in 2017 heb ik met kunstenaar en ontwerper Job Wouters en onze studenten een studierondreis door Iran gemaakt, om de hedendaagse rol van ‘het ornament’ in de samenleving te bestuderen. De voorbereiding begon in Nederland, met een symposium in de bibliotheek van Artis, waarin we met diverse gasten het onderwerp hebben besproken en in de archieven de prachtige gravures in boeken over karavanen mochten bekijken. Op deze manier teruggaan naar de bron dwingt niet alleen respect af, maar laat studenten realiseren dat grondig archiefonderzoek verdieping kan bieden aan hun praktijk.”

Klap: “Onlangs heb ik in samenwerking met beeldend kunstenaar en Rijksakademie-alumnus Kévin Bray een collage voor de etalagewand van het Mministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in Den Haag ontworpen. Tussen het bronmateriaal zaten ook foto’s van 72dpi. Deze hebben we met behulp van kunstmatige intelligentie verbeterd. Technologie wordt zo eigenlijk mede-maker van het werk, doordat het pixels toevoegt aan de originele foto die bijvoorbeeld ooit op een klaptelefoon gemaakt is.”
 

De website als archief

Voor V2_ is de website de thuisbasis van het archief. De structuur van de website is tegelijk de categorisering. Altena: “De website laat zien wat V2_ doet, heeft gedaan, wat we hebben ontwikkeld en welke informatie erover beschikbaar is. Na eerst met aparte archief- en pr-websites te hebben gewerkt, is uiteindelijk besloten om alles samen te voegen in één website. Dit heeft geresulteerd in een eenvoudige datastructuur, die leidend is voor wat we digitaal archiveren: events, weorkens, personen, organisaties, media, en artikelen.” De keuze voor wat te archiveren en wat niet, is ook bij V2_ onderdeel van het dagelijkse werkproces: “Ik maak in het moment beslissingen wat ik wel en niet archiveer.”

Al rond de eeuwwisseling is besloten dat het archief digitaal is, wat het makkelijk toegankelijk maakt. Altena: “Toen het V2_ archief is ontstaan, is gelijk besloten: het archief is digitaal. Dat is de toekomst en iedereen met een internetverbinding heeft toegang tot het materiaal. Wanneer mensen voor of met V2_ gaan werken, dan is het nu heel fijn dat materiaal onmiddellijk beschikbaar is. Dit zien we tijdens de Summer Residencies, waar kunstenaars in twee maanden een prototype ontwikkelen. In de begeleiding en gesprekken die we met hen voeren, wordt het archief er steeds weer bij betrokken. Hoe diep iemand in het archief wil duiken verschilt per kunstenaar en moment. De één wil de technische tekeningen en voor de ander is een video ter inspiratie voldoende.”

Het analoge archief

Dat het vooral gaat over het digitaal opslaan van informatie betekent overigens niet dat het analoge archief volledig is verdwenen. Het zegt eerder iets over het werkproces dat, in tegenstelling tot de briefwisselingen van vroeger, in toenemende mate digitaal is. Klap: “Ik bewaar meerdere kopieën van eindresultaten. In stellagekasten op de zolder van de studio bewaar ik van boeken drie exemplaren, en van posters twee. Mijn digitale archief is gearchiveerd via Dropbox, wat na afronding van elke opdracht zorgvuldig wordt uitgekamd en heringericht.” Altena vult aan: “Naast de website en interne archiefserver heeft V2_ nog steeds kasten met dozen en mappen met velletjes papier, diskettes en cd-roms. Soms komt het voor dat promovendi hier gebruik van maken voor hun onderzoek, als het digitale archief niet voldoende de diepte ingaat.”

Handvatten voor het eigen archief

Wanneer steeds meer ontwerpers en digitale cultuurmakers zelf archieven bij gaan houden, ontstaat het beeld van een gedistribueerd netwerk van archieven. Naast de handvatten die Klap en Altena vanuit hun eigen ervaring geven, biedt de eerder verschenen publicatie ‘Bewaar als... – vuistregels digitaal archiveren’ praktische tips. Verder is archiving by design in opkomst: een methodiek om het werkproces zo in te richten dat archiveren makkelijker wordt.

Tot slot is er in de context van digitale cultuurarchieven het idee van de community of care. Geïnspireerd door academicus Annet Dekker haalde Michel van Dartel, directeur van V2_, het begrip aan in een interview in het kader van de tentoonstelling Speculatiefve Design Archief. Digitale cultuur wordt gekenmerkt door immateriële aspecten als interacties en relaties tussen mensen. Deze aspecten zijn beter te behouden wanneer de gemeenschap die zelf betrokken is geweest bij de ontwikkeling en productie van een werk – en die de passie heeft om het werk in leven te houden – ook zorg draagt voor het behoudt: de community of care.

Opgeteld bieden deze praktische tips en ideeën de handvatten om individueel of in een gemeenschap een archief aan te leggen en hiervoor zorg te dragen. Dit stelt nieuwe generaties ontwerpers en digitale cultuurmakers vervolgens in staat om voort te bouwen op het verleden, doordat ze inzicht krijgen in processen en context die hebben geleid tot inspirerende, iconische werken.

Tekst: Twan Eikelenboom

Document Actions
Document Actions
Personal tools
Log in